zaterdag 9 juli 2011

Alleen

Alleen zijn. Alleen maar ZIJN.
ALLEEN.

Met mijn interpretatie van een werkelijkheid die niet van anderen is.

Met mijn onbewoonde kastelen en burchten, de meest koppige, op beboste heuvels die de oversteek van een rivier beheersen. Daar woont het leven van vele eeuwen.

Met de troubadour die bijna dorpsgek was geworden: Franciscus van Assisi, en zijn Vrouwe Armoede. Misschien staat het goed om een mysterieuze naam toe te voegen aan mijn lijst van drie vrienden.

Met Michel Butor, die vindt dat de toespraken van politici alle hetzelfde vertellen, omdat ze multi-interpretabel zijn. Ik zou zo graag een gedicht schrijven dat alles gezegd krijgt, in drie luttele verzen zonder dubbele bodem.

Met Marcel Proust, de 'ik' die alles weet over een rijke Jood en zijn liefde voor een onverschillig hoertje. Alles over haar verleden en heden, waar hij nooit bij geweest is. Paradox van de verteller!

Met de boom die is omgewaaid en midden op de weg ligt. En of ik dat een toevalstreffer moet vinden, of een teken van God.

Met Dante en zijn Beatrice, die niet van anderen is. Maar van God. Zoals mijn werkelijkheid.

Alleen. Met deze woorden. Die hen samenbrengen. Hier. En nu.