zondag 24 juli 2011

Zonder titel

Er dendert een warme singsong stem

door de kleine martelkamer in mijn hoofd.

Verstrooide vlinders vliegen in slow-motion

naar de hagen die hun bladeren verliezen.

Het moet herfst zijn wanneer ik naar je kijk.


Waarom? Een rouwig gevoel ligt naast me

op de foto die zwart-wit had moeten zijn

maar zich als oogschaduw van kleur vergiste,

en ik streel het, op een kussen van troost

dat geurt naar lege nachten met Guinness.


Je bent er nog, ik leg je weg als een wolfsklem

die me te grazen neemt, fotoroman zonder tekst,

een bloedmooie ober die achter de rug van god

zijn sinaasappelen staat te persen. Ik weet wel

dat een ontbijt aan bed geen partij is voor mij.


Dana zingt over een regen van geluk

en waarempel, dit vakantiedorp, stil en alleen

begint breed te glimlachen in melige zon.

Ik moet een oude rivier karteren in het raam

en schapen laten grazen in gesloten verleden.