woensdag 31 augustus 2011

Wie ben ik?

Wie ben ik? Fluister het mij toch,

onzichtbare vriend in de koele luxe

van mijn volwassenheid. Schreeuw het niet

van de daken. Gun mij nog

het oorverdovend gezang onder de eerste zon.


Wie ben ik? in de verschralende herinnering

van een spel met meeuw en storm.

Alleen ik weet het antwoord. En vecht

met de snel ruïnerende granietsteen

van een baroktrap naar de hemel.


Reis als een gehandicapte mijn wereld rond.

Rol mijn stoel van angst naar angst,

door vallende duisternis en glimmende eenvoud

met hun mime van geveinsde standbeelden

belaagd door nakende regen.


Wie ben ik? Ik zal het nooit meer vragen.

De nacht gaat lopen met mijn verlangen.

De schmink loopt uit, een droom verpulvert

en bij het wakker worden zie ik een ander

die per vergissing naast me ligt te wachten.

vrijdag 19 augustus 2011

Perron vijf onder de hagel

Veel goede bedoelingen tatert de luidspreker

over treinen die maar niet komen.

Het Nederlands vol hagelharde woorden

is een noodweer dat pijn doet aan de oren.


Ik ben al zes keer voorbij een meisje geijsbeerd

dat me monstert terwijl haar cha-cha een beetje dieper

in de mond glijdt. Ik zou een verlangen moeten voelen

om haar eenzaamheid de diepte in te boren.


Er loopt veel spannende hoop op perron vijf.

Ze wurgt me nog voor ik haar ontzenuw

vanuit mijn hang naar dingen die zo écht worden

dat deze ogen ontoereikend zijn om te knipogen.

dinsdag 9 augustus 2011

Vanavond in mijn bibliotheek (voor Marina H.)

Een zoet citroentje is blijven hangen

aan mijn glas. De alcohol raakte zoek.

Niemand zag het dronken verlangen -

maar het knipoogje van een kinderboek


wenkt aan een pas geverfde melkweg

met de fonkeling van diamanten woord.

Ik reageer met liefde die ik in stilte zeg.

Niemand heeft die eeuwigheid gehoord.

zaterdag 6 augustus 2011

Voor hem

Ik zoem en zoem, verlies mezelf

als een bij in een lege kamer.

Toch denk ik gehoord te worden --

door iemand die er nog niet is.


Ik tast in het donker, betast

mijn zonverbrande handen

met de vingers van een dode --

hij lacht bij het vrijstaand ledikant.


Het is alsof mijn stekelige hart

nog blind is als een kleine mol

die met zijn liefde verder wroet --

een akker die nergens ophoudt.


Daar, bij zijn horizon ga ik dichten,

als een klunzige laatavondzon

die tatert tussen de wolken --

voor hij doodgaat in een raam,


in dansende verzen die dan faden

als zijn schim, in het klachtenboek

dat mijn nieuwe bundel is. Hij --

die mij maar niet verlaten wou.

vrijdag 5 augustus 2011

Hama (Duitse vertaling: Fred Schywek)

HAMA
Diesen Sommer drehen da Seegräser mit
auf den Wassermühlen von Hama.
Zu Stück gerissene Erinnerung?
Das alte Aquädukt soll sie nicht mehr
fallenlassen. Wo einst der Acker lag
gibst jetzt Trost vom Alt-Hama-Poster:
es ist Assad, Vater und Sohn
sowie 30.000 Toten. Sieh’
wie explosiv sie wachsen,
ein Jahr überwuchern
darüber das Städtchen schweigt.
Als ein Kind das sich erwicht fühlt,
zwanzig Jahre später:
Kollektive Erinnerung,
warten auf die Mitfahrgelegenheit.
Ein Karren, ratternd und tatternd,
ohne irgend ein Ziel.
Das feste Repertoire des Geschichtenerzählers
Den Niemand gesehen hat.
Irgendwo werd’ ich ihm finden,
sagt der Lonely Planet.
Sein’ Welt steht einladend
Auf einer Spalt. Wie das Fenster.
Wo anders, Weltentfremdet:
zwei alte Menschen
im Campingbus bei dem Orontesfluß.
Belgier überraschenderweise.
Sie schält einen Apfel,
er erzählt die Geschichte,
in Stücken, in Brocken.
*
Haß bleibt kleben, als Kratzer einer Schallplatte,
in Unverständnis, als Erinnerung angstvollen Vermutung,
als verschaltes Bier nach Thekenschluß,
währenddessen der Regen jankt auf den Bürgersteig
und der langsam sich verändert in Blätter
aus einer betrunkene Wüste mit dem wankenden Kamel
von einer angstvollen Vermutung.
Die Platte hängt, so klinkt der jaulende Muezzin
das du tot bist so wie verirrten Schafen
in der späten Nachmittagssonne. Kein Schäfer zu spüren
so lange Geschichte noch reicht, das ist weiter
als deine Schweigepflicht. In unlesbarer Wirklichkeit
gehört eine Arabische Zeitung mit Würgegeräuschen
und Arabesken vor dem Schein, mit Nescafé Täßchen
auf Kosten der Baath Partei.
Haß hängt immer noch auf dem Ufer des Orontes,
in meiner unterkühlten Wüste, airconditioned
in der Spiegelung von dem großen Minarett
die heute morgen noch meine alte Liebe herausposaunte.

German translation: Fred Schywek

donderdag 4 augustus 2011

Zonder titel

Tussen Arabische stemmen in de verte
huilt een meisje. Het is sterker dan mezelf
dat ik wakker blijf. Een trage klok ritmeert
de zachte kalligrafie van pijn,
krullen van onvertaalbare zorgen.
Ik begrijp niet waarom de uren zich laten rekken
door mijn machteloze aandacht.
Leef ik mee door de tijd te tergen?

Als ik lang genoeg wacht
gaan ze zelf aan het schuiven --
de woorden om me te kastijden.