zaterdag 6 augustus 2011

Voor hem

Ik zoem en zoem, verlies mezelf

als een bij in een lege kamer.

Toch denk ik gehoord te worden --

door iemand die er nog niet is.


Ik tast in het donker, betast

mijn zonverbrande handen

met de vingers van een dode --

hij lacht bij het vrijstaand ledikant.


Het is alsof mijn stekelige hart

nog blind is als een kleine mol

die met zijn liefde verder wroet --

een akker die nergens ophoudt.


Daar, bij zijn horizon ga ik dichten,

als een klunzige laatavondzon

die tatert tussen de wolken --

voor hij doodgaat in een raam,


in dansende verzen die dan faden

als zijn schim, in het klachtenboek

dat mijn nieuwe bundel is. Hij --

die mij maar niet verlaten wou.