zaterdag 24 september 2011

Stilte is (gedicht geschreven voor mijn collega's bij Klara, om hen te inspireren voor de Stiltedag van 30/10/11)

stilte is ver weg

waar in de schemering

onder een blozende hemel

een stad met zomervuurwerk

is gevlucht in het geheugen,

waar troostende woorden

die met ons huiswaarts keerden

klem raakten onder zuchtend asfalt

van opgebroken euforie


stilte is vlakbij

waar lichtbomen geil tegenspartelen

tot bij de kietelende sterren,

stiekem tussen vrijpostig neon,

doof en weerloos als naakt verlangen,

sporen in het uitgegeurd herbarium

van dromen die niets meer weten,

gordijnen van golvende eenzaamheid

voor het raam van een bejaard heelal


stilte is daarboven

waar nevels gedijen, terwijl beneden

ijsbergen tersluiks naar elkaar glijden

en dan samen clashend verdrinken

in donderend geraas met vloedgolf,

opwaaiend stof van oeroude eeuwen

en zeven levens lang ademend koraal,

zwijgende wereld op roerloze bodem,

de oceaan weer opgeteld bij alle regen


stilte is hier beneden

nooit de vinger leggen op een klank

die onze kiem van toekomst was

toen we na het vrijen nog sliepen

bij een kapotte jukebox in dat café

met acht gekeerde stoelen,

onwetend over het komende krieken

van een reeds verschaalde dag,

beroofd van water en belustheid

dinsdag 6 september 2011

BASE-shop met oude trapgevel

Soms lijkt het of ik wacht op de terugkeer

van tijden die uit het zicht verdwenen zijn.

Noem ze zestiende, of zeventiende eeuw,

mij om het even: een trapgeveltje, belaagd

door uit de hand gelopen herfst, volstaat.


Beneden worden BASE-telefoons verkocht,

de posters doen hun werk en de verkoper

spreekt me aan. 'Zo meneer, hoeveel tijdskrediet

kan u gebruiken?' Maar ik negeer hem, zoals hij

de zandstenen dekstukken op het renaissancedak

boven zijn wet look met speelse lokken. Waar is

zijn hermelijnen jas en pijpjeskraag? Hij ziet in mij

een Vlaamse primitief, hij voelt dat ik mijn beelden

nauwkeurig schilder, en bouwt een kleine pauze in

opdat ik even met een maestro kan overleggen.


Berichten kloppen aan. Mooie woorden komen binnen.

'Kan ik in een-twee-drie van favoriet naar favoriet?'

willen mijn vingers weten, zijn touchscreen strelend.

Het moet de oude polyfonie zijn die me verleidt

in het riedeltje dat hij laat horen.

vrijdag 2 september 2011

Verwelkte poster (voor Frank de Vos)

In de Vierseizoenenlaan,

daar waar het altijd lente is,

willen bomen niet gerooid worden.

Waarom zouden ze: ik houd van hen

wanneer ze naakt zijn, krakend in hun voegen.


Kinderwagens komen er nauwelijks,

het is eerst tijd om vetes te begraven,

trage pas in matte zon, als suffe baby's

die wauwelend lachen en vredig inslapen,

jonge scheutjes achter brieksteen en wat neon,


rammelaar met weelde van bonte paardjes,

alsof er nooit aan overleven is gedacht

met krijsende vogels en bijtende kou,

achtergelaten door een spannende winter.

Huizen staan te koop, een hoop, maar niemand


die nog kijkt. Alleen op een verwelkte poster

wordt geld ingezameld. Wist iemand maar

waarom. Achter jaloezie, met net voldoende licht

om stand te houden, pronken wat orchideeën

voor het raam waar eens mijn liefje woonde.


Rozen kwijnen weg in hun verspilde tijd.

De grenzen van mijn zwijgen willen wijken.

De kansarmoede van mijn hart is uitgekeken

op deze bleke weerschijn onder een luifel

van niet beseft vermoeden. Toch bel ik aan.


Vergeefs.