dinsdag 6 september 2011

BASE-shop met oude trapgevel

Soms lijkt het of ik wacht op de terugkeer

van tijden die uit het zicht verdwenen zijn.

Noem ze zestiende, of zeventiende eeuw,

mij om het even: een trapgeveltje, belaagd

door uit de hand gelopen herfst, volstaat.


Beneden worden BASE-telefoons verkocht,

de posters doen hun werk en de verkoper

spreekt me aan. 'Zo meneer, hoeveel tijdskrediet

kan u gebruiken?' Maar ik negeer hem, zoals hij

de zandstenen dekstukken op het renaissancedak

boven zijn wet look met speelse lokken. Waar is

zijn hermelijnen jas en pijpjeskraag? Hij ziet in mij

een Vlaamse primitief, hij voelt dat ik mijn beelden

nauwkeurig schilder, en bouwt een kleine pauze in

opdat ik even met een maestro kan overleggen.


Berichten kloppen aan. Mooie woorden komen binnen.

'Kan ik in een-twee-drie van favoriet naar favoriet?'

willen mijn vingers weten, zijn touchscreen strelend.

Het moet de oude polyfonie zijn die me verleidt

in het riedeltje dat hij laat horen.