vrijdag 7 oktober 2011

Oval Office, binnen en weer buiten

- Aangenaam. Vrees geen witte aanslag, meneer de President. Ik weet wie u bent. En u? Heel gewone angst voor het bevriezen van de wereld in het rijp op de bomen van uw kouder wordend beleid kan ik counteren met een aangename begroeting, eenvoudig omdat u mij niet kent en wat onwennig antwoordt met de micro pal voor uw lippen, om mijn herfst van taal te verdrijven die buiten weerspiegeld wordt in het park van Marquis de Lafayette, daar waar Bo, uw pup, kwispelt in het slijk van Kennedy-verleden dat geen spatje achterlaat op mijn propere gedachten en dronken vertedering, terwijl de oude dagen zich als bladeren herschikken op een lege bank, zoals de commercials in het nieuws van CBS.


- Aangenaam! Obama! zult u mij zeggen, alsof ik twijfel aan een naam, ik die, turend door het raam, niet eens vergeten kan dat u een nazaat bent van Marie-Joseph Paul Yves Roch Gilbert du Mortier - wat kan ik voor u doen in dit oval office van mijn goed verstopte negroïde onschuld?


(Nu wordt er thee geserveerd, in porceleinen kopjes waarop ik de lippenstift vermoed van Monica Lewinsky, ooit voer voor special correspondents in het Nightly News).


Speechen, denk ik, meneer de President, in zacht crescendo waarvoor u immers geboren bent, en er goed blijven uitzien, zoals uw nieuwe raadgeefster die moeiteloos harten verovert in het gevaarlijke Colombië, al zou ik niet weten wat ik aanmoet met zoveel borsten op die kutzenders van CBS-affiliated stations, als ik in haar plaats was. Speechen, zoals het spontaan en toch goed voorbereid in de liefde gaat. En al zou het maar tussen de regels blijven: almachtig Israël oproepen om vrede te sluiten met een onbetrouwbaar Libanon, daar waar mijn zwarte schaapjes grazen tussen de ruïnes van uw Amerikaanse hel.


En weten dat we, in de liefde zoals in de politiek, eerst moeten breken om dan te kunnen lijmen tot iets dat nooit meer als voorheen zal zijn, hoe hard we daarnaar ook verlangen.