zaterdag 12 november 2011

Ongehoorde vragen

Ik sluit mijn ogen

om je beter te kunnen zien

in de wirwar van ruwe vragen

die als neuronen het signaal passeren

van een ongehoorde liefde.


Dan open ik mijn ogen

en sta alleen, in een donkere schedel,

onverwarmd en leeggeroofd door twijfel.

In een hoek van vochtig vermoeden

lig je te slapen. Ik hoor alleen je adem.


Ik sluit mijn gedachten. Die favela van sfeer.

Kansarm hoofd, veel te naakte zorg om jou,

aan het einde van een onverlichte modderweg

die naar armoedige ogen leidt. Onverhard.

En of ik rijk wil zijn. Met letters die verblinden.


Dan open ik een tas hooggevoelige vragen

die zacht kreunen, inspecteer ze op schimmels

met het ingebrachte speculum van de tijd.

Er geurt een herkomst die niet van mij is,

maar van lichaamsvochten die ik wantrouw.


Aan het slot antwoorden mijn ogen

om beter de man te kunnen worden

die je vaker in je dromen hebt ontmoet.

Nu leg ik zacht een hand op je ogen

om bij je te zijn. Voorbij de gedoofde zin.