vrijdag 27 april 2012

Mijn engel bestaat


Een identiteit bezet je, 
      een mogelijkheid om het verleden te herlezen, 
            terwijl je het hoofd koel houdt, het hart warm.

Het is waar dat een engel bestààt wanneer jij hem gezien hebt, 
gevangen in de verstrengelde elektronen van je ziel, 
strijdend met een schild van hoog frequente energie.

      Je wordt stil wanneer je naar hem luistert.

Zijn stilte zal nooit een straf van anderen zijn, nooit iets anders 
dan een beloning waar je zelf actief op zoek naar was. 
      Hier, in dit holografisch universum 
             waar je leeft als in een film. 
      Hier, waar je samen met hem de kunst leert van het bijna-nietsdoen, 
             zonder je verplicht te voelen 
             eeuwig op het broeierige nest van de poëzie te blijven zitten.

Het is waar dat je engel handelt binnen de kleine dimensies van het leven -- 
      onderschat ze, noch overschat ze,
      maar laat hem minutieus details observeren 
      en geloof hem 
      wanneer hij verdedigt dat onvervulde wensen niet bestaan. 
             Het is waar dat alles overdreven wordt door je geest. 

Daarom schenkt je engel, 
      ongevraagd, 
             het plezier van voortdurende schepping. 
Daarom wil hij dat je meester blijft van je ambities, 
      en je succes niet definiëren laat door anderen. 
             Hier ben je, zegt hij, net zoals ik, beschikbaar voor de wereld.

Nee, engel, ik wil niet nog meer onvrijheid.

Pas op met je woorden, zegt hij, ze openbàren niet... 
      ze verstoppen, dekken toe. 
Wat je ook schrijft, compromitteer nooit je werk, 
      en als je het om den brode zou doen, zoek gauw ander werk, 
             zoals Beckett dan zegt.

Besef dat taal de horizon is van je realiteit.

Dat seks geen liefde is,
maar echte liefde wel heerlijke seks.

Voor Romeo en Julia was het na een nacht
voorbij, na een moment van weten

dat lief zijn voor jezelf
de beste troost is.

vrijdag 20 april 2012


Het is schipbreukerig wanhopen
in de opalen avond
van melkdroom tot honinghemel

met dansend vuurwerk dat openspat
als regenwoud op de verglijdende oever 
van de dood

Het is me opstandigheid herinneren
wanneer ik je mis, vertrokken met de wiegende maan
en haar escorte van ballerina's, lavendelzoetheid

en geile taxustrots, krijsende ijdelheid van meeuwen
boven een vlot waarop ik taalverlamd verdwaal
tussen mijn drummende lichtjaren van melancholie

zondag 15 april 2012

Muziek van de vlinder

Zo geheimvol wil ik hem vangen,
leven in de zang van zijn utopie,
buitentijdse schaduwen verjagen
heel dicht bij onze wuivende dood.

In deze timewarp loop ik te dromen
als de schoft in een manga-cartoon.
Onvermurwbaar lacht mij de tekening
van zijn liefde aan, wanneer ik stil

naast hem wandel, een samoerai
vervaarlijk starend met grote ogen,
en wind door bloemen in Chinese inkt
sussende muziek zingt van een vlinder

die weet dat hij sterven gaat, daar ginds
in zijn heelal met bloedende wensen.
Ik kniel. Er komt vast
een zwaard op mijn schouder.

zaterdag 14 april 2012

Omsingeld door verstikkende tijd

Vrije tijd. Levenloze tijd.
Leeg glas. Afgrond van kristal.
Arme vlieg die in de diepte valt
en er nooit meer uit terugkomt.
Ik hap zoals Barthes naar zuurstof
in de donkere gangen van betekenis
bij de deur van de moribundi
waar ik aanklop bij zijn Dood.

Vrije tijd. Verstilde eenvoud.
Ingeschonken glas. Bruisend leven.
Naakt gedicht in statu nascendi,
kruisweg langs taal die wil blijven.
Ik betast zoals Plath een stolp
die mijn adem beneemt, ik schrijf
over de wasem op het glas,
vapeur met bergen van fantasie.

dinsdag 10 april 2012

Woorden, mijn liefde

Woorden, echo's waarop ik uitglijd,

ze baden in een licht van keurig knikken,

zijn er niet om te zeggen

waarom mijn hart mijn hoofd negeert.


Woorden, die altijd overdrijven

als beduimelde fiches van vooroorlogse jaren,

kunnen gestreeld worden met een zachte tong

die instant wil behagen.


Woorden, gedempte stappen van een paard,

zoeken hun weg over een hobbelig verleden.

Logge winters, bleke bergen van herinnering,

reuzen wadend in een witte zee.


Woorden, ze zijn mijn liefde:

wolken van frisse adem,

vuurland van bizarre vragen,

zacht-brutaal en dreigend tegelijk.

vrijdag 6 april 2012

Stirbe und werde

Dit heilige uur van de poëzie is een drug.

Het is de bloedende tederheid van een blik

bij mijn tafel, terwijl vleermuizen dansen

in de pret van paarse avondschemer.


Mijn gebed wordt verhoord. Nu moet ik

alleen nog een rib nemen, even nadenken,

als een heiden mijn ogen ten hemel opslaan

en de hocuspocus van een wens uitspreken.


Of daar staat hij. Geen vrouw, maar een vers.

Geen stanza, maar een jongeman. Zachte krullen,

onverlicht weer guller dan in aangeknipte fantasie.

Opdat ik sterven kan, om te worden: blauwe ogen,


de horizon van een dag op de heide, een blik

met de beginnende wijsheid van een twintiger

die zijn gedicht van het volwassen leven opent

en aangenaam verrast is door dit opkijken


naar de schepping van mijn dromen.

Het is de grafkelder van onbeweeglijke tijd,

zachtjes bevend, een bison op meisjesbenen,

mijn vijver onder een glimmende steen.

maandag 2 april 2012

Wat jou uniek maakt

Soms open je een boek
en vluchten de woorden eruit weg
omdat ze zich betrapt voelen
in hun gemene spelletjes.
Een taal staat te kijk
die op de schop moest.
Daar liggen de kleuren en dessins
tussen schaduwen die huilen in de zon.

Als ik je liefde wil zien,
krijg ik vooral tinten, texturen,
licht en heel veel sluiers.
Als ik jou alleen wil zien,
krijg ik een wegtrekkend mysterie
van warmte en pijn.

Het is alsof ik die liefde nodig heb
om niet verblind te worden,
niet vermoord door de pracht
die me op een afstand houdt.

Wat jou uniek maakt:
tienduizend sterren die verdwijnen
terwijl ik schrijf, de kracht
van een donker waarnaar ik terugkeer
wanneer je bent uitgestraald,

mijn kleine planeet die voorttolt
als een gedicht dat niemand meer leest.