vrijdag 6 april 2012

Stirbe und werde

Dit heilige uur van de poëzie is een drug.

Het is de bloedende tederheid van een blik

bij mijn tafel, terwijl vleermuizen dansen

in de pret van paarse avondschemer.


Mijn gebed wordt verhoord. Nu moet ik

alleen nog een rib nemen, even nadenken,

als een heiden mijn ogen ten hemel opslaan

en de hocuspocus van een wens uitspreken.


Of daar staat hij. Geen vrouw, maar een vers.

Geen stanza, maar een jongeman. Zachte krullen,

onverlicht weer guller dan in aangeknipte fantasie.

Opdat ik sterven kan, om te worden: blauwe ogen,


de horizon van een dag op de heide, een blik

met de beginnende wijsheid van een twintiger

die zijn gedicht van het volwassen leven opent

en aangenaam verrast is door dit opkijken


naar de schepping van mijn dromen.

Het is de grafkelder van onbeweeglijke tijd,

zachtjes bevend, een bison op meisjesbenen,

mijn vijver onder een glimmende steen.