vrijdag 4 mei 2012

Engelberg, jaren later


Een gedicht is vloeibaar. 
Je zit bij de bergstroom,
tussen piekende onverschilligheden.
Je zit bij het heldere water van de tijd,
doezelend bij brullend verval
dat je herinnering verdooft.

Een bron is er wel -- een dageraad 
daar ergens in de schaduwrijke hoogte,
net onder de schuivende sneeuw, 
maar woorden komen pas laat, veel later,
wanneer de boeren huiswaarts keren,
om rustig een nacht te laten intreden

en jij dan vaststelt, onder de eerste sterren
die je wereld daarboven kleiner maken,
onder het ooft dat doorbuigt in je taal, 
gewist nu in de remming van het zien,
dat je een vis bent, spartelend in het water
dat straks een slaperig dorp passeert.