maandag 25 juni 2012

Onverharde weg door de Namib


Zal ik me met woorden 
ontdoen van het teveel in mijn leven,
en hoeveel tijd me dat moet kosten?
En zal ik dat herstellende droomverzen lang
volhouden?
Nu al
valt een lichtvlek op het gedeukte blikje
dat heen en weer rolt in de bus,
tussen voeten van starende reizigers
die net als ik stil kuchen in hun malle zorgen,
alsof de Namib-woestijn waarnaar ik onderweg ben
door Westerse trivia bedreigd wordt, voorlopig nog
onzichtbaar tussen gewone zinnen, mijn verzen in wording.
Bang dat ze toch niet komen zal vandaag
wensen mensen elkaar een prettige dag,
in een luidruchtig hoekje van de Starbucks, waar ik luister
naar het gefluister van namen in het dorre gras
aan het einde van de wereld.
Ik besef dat ik oud word:
studenten in kanariegele outfit openen een voor een
monsters ice tea van een suikervrije brand,
maar zelf ga ik op zoek naar opgedroogde voetstappen
onder een kameeldoornboom die stoer de eeuwen trotseert.
Ginds op de roltrap glijden lachende gezichten
naar beneden, allemaal jong. Niet zo de vrouw
die heet van de naald informatie zoekt over haar luie trein
en tussen een kluwen van zenuwen loom om zich heen spiedt.
Tijd heeft grote haast
al hebben we het veel te druk om daarop te letten.
Maar nu vertraag ik mijn seconden,
til hen op tot kleine dromen,
herinner me sereen dat de ene trein
de andere niet is.
Een breekbare zon gaat de ochtendkou te lijf
tussen het hoge gras van de Kalahari
waar ooit een bosjesman lag te slapen,
terwijl een Brugse vrouw het ergste vreest
omdat ze tegen de rijrichting is komen zitten.
Een land van overvloed
gekerfd in steen:
mijn leven aan deze zijde
van de dolgedraaide planeet.
LAAT WOORDEN DANSEND TRANSFORMEREN,
ZOALS DODE DIEREN TOT LEVENDE GODEN. 
JE ZAL ZE WEERVINDEN IN DE MOE GETERGDE ROTSEN
VAN TWYFELFONTEIN, BELONING NA 3000 KILOMETER
ONVERHARDE WEG DOOR DE EEUWIGE VRAAG
WIE JE GEWEEST BENT HIER OP AARDE.
Niet begrijpen, hier in Antwerpen,
wat snoeiharde popmuziek op de achtergrond
komt zoeken in dit gedicht,
terwijl je gewoon wat inkopen wil doen
om de tijd te doden tot aan je trein,
en iemand steeds hetzelfde oude deuntje neuriet
in je hoofd.
I LOVE YOU waar je ook bent,
I LOVE YOU in welke tijd je je ook verstopt,
in alle tekens die achterblijven
wanneer ik zal zijn uitgekerfd
over de verdwenen bosjesman van mijn ziel.
Ik vecht tegen de slaap - zinloze opgave,
terwijl ik tegen hoge snelheid door mijn fantasie scheur
en in een tijdschrift van de Deutsche Bahn
over de nonnetjes lees in een klooster bij Koblenz:
ze geven wellness massage tegenwoordig. Ook zij
zijn dienaren geworden van de moderne tijd.
En ik blijf verlangen...
...altijd. Ondanks alles.
Naar jou.