maandag 30 juli 2012

Daar waar het zaad


Tegen mijn taal klopt onstilbaar verlangen,
een kind in deze buik. Het laat werkwoorden 
van koers veranderen, ziet illusies voorbijglijden 
langs het water van de tijd. Daar waar het zaad

een oever vindt. De oever is het leven dat ik niet zag,
leven is plots oud worden tijdens een doktersvisite
en om te helen eet ik elke dag een appeltje
bij de afgrond die Jij heet. Ik voel mijn schaamte:

vanavond ga ik tussen papier en computer 
mezelf verliezen. Kostbare minuten opzuigen 
met een vloeipapier. Dan de keerzijde bekijken 
van een gedicht dat me de les wil spellen.

vrijdag 27 juli 2012

Hier of daar, stilstaan en vertrekken.






Trein die naast me staat
en vertrekt, terwijl ik dacht
dat ik zélf vertrokken was, in de trein
die naast de andere staat.

Steen die zo vaak gemarteld werd,
door wind en zee en lava vernederd,
opdat hij mals zou aanvoelen.
En dan gaat liggen op een strand. 

Ander leven dat wordt uitgeleefd,
tegelijkertijd, terwijl ik stilsta,
niet wetend dat ik vertrokken ben
naar een begoochelende droom. 

Voedzame liefde die ik warm houd,
in bain-marie met look en peper,
voor jouw razende honger
die nooit komt wanneer ik thuis geef.

Nu alle snelheid stijgt,
het perron achterblijft,
verwarring een kans krijgt,
wacht ik - in honkvaste verbeelding.

zaterdag 21 juli 2012

Pijnloos beminnen


Toen je me zei dat ik ziende blind was
liep ik een kerk binnen zonder altaar,
verstoken van kansel voor mooie woorden,
beroofd van orgel om mijn hart te zalven.

Geen gekleurd glas schilderde het licht
dat in de leegte viel. Ze was akelig echt
en bleek deze keer: verwaterde wanhoop
in schrijdende stilte. Liefde hoe dan ook.

Het wonder dat alles veranderen zou
liep naast me. Ik wou dat ik het zien kon,
rook slechts de adem van de oude Jezus
in verschaald bier. Iets schoot door me heen,

ik voelde me verwond, maar zweeg erover
en hoopte dat je me -- blind geworden --
zou voeren naar de bron van mijn bestaan,
daar waar ik altijd pijnloos kan beminnen.

donderdag 12 juli 2012

Op solomissie door taal


Mijn Spaceshuttle vol idealen 
is vertrokken,  
zweeft tussen sterrenstof 
en slierten van dromen.  

Soms ben ik, achtergebleven, 
als plastic bomen die op Kerstmis wachten, 
nauwelijks aan het leven, al zou je zweren 
dat ik niets anders te doen had dan te wachten 
op een engel die God beloofd had 
te sturen, op solomissie in dit voorsmaakje 
van mijn hiernamaals. 

Woord zwemt als een zalm
tegen de stroom van tijd, 
op weg naar de bron
waar ik mijn pen doop, 
licht dat spat in liefde
als zaad van pas ontkiemd verlangen, 

ver voorbij de laatste herinnering 
aan psalmen in cryptische gezangen.

dinsdag 10 juli 2012

Aangetekend




Mensen sturen hun dromen in een doos
met strik, netjes bezorgd bij de naïeveling
die ze zal waarmaken met verborgen liefde.

Er is geen postbode die zijn medelijden fluit
wanneer hij merkt dat het te laat is voor verzet
tegen ontvangst van treurige voorspelbaarheid.

Je opent waarvoor je geboren bent: een rol
die door de ander werd geknipt, op maat
van emoties die je kwijt bent in een brief.

vrijdag 6 juli 2012

Vakantie en liefde


een bloesem in het stof 
op de zwarte toetsen van de gewoonte
en hoe vals ze midden in de nacht klinkt

ik weet altijd het best wat vakantie betekent
wanneer het vooruitzicht op liefde wankelt:
jazz in het struikgewas van donkere herinnering

en jij dan als een nachtpauwoog
door een tijd zonder maatstreep fladdert -
zoemende lamp met Toscaanse krekelstilte

of laatavondmist, vergeefs zwijgen
over thijmvelden die de wacht houden
rond mijn slapende bijenkorf van woorden