maandag 30 juli 2012

Daar waar het zaad


Tegen mijn taal klopt onstilbaar verlangen,
een kind in deze buik. Het laat werkwoorden 
van koers veranderen, ziet illusies voorbijglijden 
langs het water van de tijd. Daar waar het zaad

een oever vindt. De oever is het leven dat ik niet zag,
leven is plots oud worden tijdens een doktersvisite
en om te helen eet ik elke dag een appeltje
bij de afgrond die Jij heet. Ik voel mijn schaamte:

vanavond ga ik tussen papier en computer 
mezelf verliezen. Kostbare minuten opzuigen 
met een vloeipapier. Dan de keerzijde bekijken 
van een gedicht dat me de les wil spellen.