vrijdag 26 oktober 2012

Nachtelijk tegenlicht


Ik bereken geen sluitertijd vannacht
voor maagdelijke onschuld die wil blijven

maar las een rem-slaap in van mul verdriet
om al mijn fouten van verkeerde focus.

Het is alsof ik uitzoek wie ter plaatse was,
terwijl mijn zelfbeeld de enige getuige speelde

behept met verzen van grofkorrelige waan.
Toch weet ik zeker dat ik je heb gezien: hier

waar ik dit liefdesmysterie ontsluier
moet ik vertrouwen op mijn zoom.

Donker en stil: jouw gezicht in close-up.
Helaas - tegen het licht weet je nooit wat je wil.

vrijdag 12 oktober 2012

Hoed je


Soms fladdert de liefde zo dichtbij
dat ogen frivole vleugels krijgen,
net geurige lente in de zachte deuk
op een vers kussen met bladermotief.

Je bent stout en moedig, op het bed
gevallen engel. Sneuvelt in detail. 
Blijft buiten verdenking van ontucht 
in deze close-up. Een zucht van taal.

Iets van je verlangen verkruimelt, 
nog voor je het lekkers tot je neemt.
Lippen. Rondslingerende brokstukken 
van hemelse toekomst. Vervreemd.

Benader wulpse waan, in de afstand
waarin het mooie leven zich ontpopt. 
Maar hoed je voor het fatale moment
waarop een nachtpauwoog sterft.

vrijdag 5 oktober 2012

Hallucinatie


Jouw zegen: ik haak in. Klik. Daar speelt 
een boodschap af. Verloren formulieren.

Er loopt een blinde door je mistroostige blik.
Je stilte verstopt aarzelende woorden.

Zomer, verlaten in wiegende populieren.
Het oude ruisen aan de lijn wanneer je belt.

Schilfers van tijd. Ze fonkelen in de regen,
tuimelen over elkaar, akkoorden in de wind

als bladeren in de bliksem. Het korenveld
een hallucinatie van ooit gehoorde jazz. 

Maar nu. Mijn oor dat aldoor te luisteren ligt
op een onbeslapen bed. En straks, heel laf,

in de lippen van een nieuwe minnaar,
de bedrieglijke waan van een oude twijfelaar.