donderdag 27 december 2012



Er staan sterren boven ons stal- en kribbeplezier.
Zie ze schateren tussen mijn verzen, terwijl ze toekijken
naar dit eenzaam spektakel waarover we liever zwijgen.

Endorfines?
Vergeten goden zijn het,
idealen in afgewassen jeans.

Ze blaken van verlegenheid, die schitterende druppels
verdriet in een bed beslapen met ongehoorde woorden,
zuchten onder de stilte waar taal in overvloeit.

Morfinemoleculen?
Falende gevoelens bewonen ze,
ondergang in vochtige warmte.

Ze rillen zachtjes als besneeuwde bomen in de winter,
hoog boven elke aanraking, elke twijfel, elke angst
die een dode moeder toestopt met haar glimlach. 

Signaalstoffen?
Dolende meiden zoeken ons,
hoge hakken in brak water.

Ik begluur hen in de aanhef van een bedelbrief
om liefde die niemand kan lezen. Ze wijzen ons de weg
en blijven ons trouw. Hoe graag we ook verdwalen.

Neurotransmitters?
We vallen in hun armen, 
ze zoenen ons tot leven.