vrijdag 7 december 2012

Ik voel een kentering in mijn omgang met jou
en de raadsels die toeteren in je bestaan.

De vraag voor mijn schamele liefde is niet langer
wat ik nodig heb om haar leegte aan te kleden,
maar wel omgekeerd: wat overtollig wordt
in een koers die ik voor mezelf uitteken
om in de buurt te komen van wat jij verdient.

Waar wacht het sober leven van dienstbaarheid?
Hoe maak ik mij zo min mogelijk afhankelijk
van de luxe die mijn eenzaamheid bedwelmt?
Allemaal om jou: hoe laat ik de afleiding 
van een bonzend hart zijn glamour verliezen?

Ik voelde een kentering in mijn speels gespartel
en geploeter in de ouderwetse rijkdom van taal.