zaterdag 15 december 2012



Laten we terugkeren naar huis, zei je.
Wind kreunde onder een taboe van niet-kijken.

Het was een verschrikking van taal,
maar ik weigerde Liefde Dood te noemen.

En ik liep naast je,
in een huivering van woordeloos.

Ik hoorde de donder die naast een triest licht viel,
altijd te laat komt. Van Nu een Toen maakt.

Het regende hard. Ik wou geen plu om te vergeten
waar ik was. Met mijn hart

dat stottert van verdriet wanneer je verdwijnt,
als een verleden in de toekomstnevel.