donderdag 31 januari 2013

Hoe klinkt?

Jij. Jij bent de wind in mijn riet.
Het ritme van mijn waterval.
Jij laat mijn sneeuwvlokjes afdalen.
Mijn ijs kruien.
Ik weet hoe je klinkt. Ik ken je.


Maar hoe klinkt een orca, een mier,
Een virus? Hoe klinkt
Het groeiend koren van deze liefde?
Als droge handen
Die over een ballon wrijven.

vrijdag 18 januari 2013


Ik vroeg je zonder schroom
wanneer we elkaar zouden weerzien.
Je moet gedacht hebben
dat het niet vlug genoeg kon zijn.

In werkelijkheid deed het tijdstip
niet eens ter zake.
Ook al zou ik nooit meer
dan een glimp van je opvangen,
dan nog zou ik blij geweest zijn
met een stijlvol antwoord.

Zie je, voor mij telt slechts
de mildheid van een tegemoetkoming.

zondag 6 januari 2013

God is een lange-golfzender.
Ik zocht hem op FM, haarscherp
wou ik hem ontvangen.

Helaas: zonder ruis
was hij verloren. Zonder mijn gevoel
dat vaag moest blijven. Onbestemd.

God – een tijdsein dat zoek raakte.
Zijn pijl van tijd – geen tikkende bom.
Zoeft onhoorbaar elders. Ad eternam.

En ik schiet wakker, ontplof in liefde
met de zoete stem van een klokradio
waar zijn leegte musiceert.

vrijdag 4 januari 2013



Stel dat ik een vlinder was 
diep in jouw buik, mijn liefste.

O wat zou ik moeite doen
om me naar buiten te werken,
opvliegend door veel te nauwe
vaten. Niets zou mij weerhouden
om de vrijheid te vinden
die me vleugels gaf.
Ik zou dromen van de wind
die me al eeuwenlang draagt,
van bloemen en bijen
die me begrijpen, zoals de zon.

Maar ik ben geen vlinder
in jouw buik, mijn liefste.
Ik ken hem niet, 
de gevangene
die je bemint.