vrijdag 22 maart 2013

Boemel door late winter



Er zijn zo van die tijden,
dan lijkt alles opeens mogelijk
in dit netwerk van sporende neuronen.
En ga je schrijven om minder te lijden,

glurend naar de late winter buiten:
vaal neon, en een conducteur
die je welkom heet op een boemel
door overbebouwd verleden.

Dichten. Stations worden podia
van zacht verlicht hiernamaals.
En een dode die zijn kans krijgt
om het woord tot je te richten.

Krakende vorst van de liefde,
met jouw nevel van hoop erbij,
oude droompop, 
altijd dezelfde terreur

van wazige boogie nachten
met een slibberige ochtend.
Zo sprak hij ooit, om je te troosten,
zijn vaarwel uit, op een begrafenis

die schitterde in de lentezon,
daar ergens achter de wei in je hoofd 
waar graven wachten op een trein
die bomen laat kwijnen onder hun rijp.