woensdag 6 maart 2013

Tweeluik


1
knikkebollend boven een baal aardappelen
mompel ik als een oude man 
wanneer ik begin te schrijven over de oceaan:
mijn pen wordt een roeispaan waarmee ik biljart 
met de golven in mijn hoofd:
ze komen aangerold van ver -
zilte jaren, gerooide tijd, op weg
naar een gat van vergeten

boven de scheepswerf van mijn geluk
werd de vurige hemel versimpeld 
tot stille maan: de liefdeswaan 
had me een laatste kwartier beloofd 
maar mijn ogen stonden in brand. 
net daarom wou ik aan land blijven 
tot ze geblust waren: jouw superlatieven 
die als een regenboog hun toekomst kleurden 

2
weet je dat? over de oceaan
die je al lezend hebt gezien
mompel je in mijn slaap 

en vraagt dan wie ik ben,
oude man die wil wakker worden
als een jonge rekruut van het verleden