vrijdag 8 november 2013

Zonder titel


Gezegend is hij die niet hoopt, lijkt de bijbel te verzwijgen.
Een idioot vloekte op straat, midden in de nacht. Ik dacht

dat er een wolkje voor de maan zou schuiven, maar 
de enige die reageerde was een hond, geblaf met zware regen

op een reiskoffer die iemand overdag had achtergelaten.
Ik wou vertrekken, eindelijk, naar de slaap, terwijl op de buis

de oude zeurcultuur nog achterbleef, in de eindeloze herhaling
van een talkshow die haast maakt met de revolutie van snel praten

over fluitende liefde in oude dagdromen. De bomen zwiepten
heen en weer, harde wind die bij het krieken van de dag

ging liggen, als koude regendruppels op mijn gloeiende wang.
Ik greep, zoals een kreeft, met scharen naar wat belletjes.