zondag 28 december 2014

Beeldend kunstenaar Karel Hadermann vroeg me verzen te schrijven bij een tekening van hem:




ik sta op het dak van de drassige tijd
en gluur naar een oerwoud van snaren
dat de muziek van mijn ziel wil baren,
een koude nevel die - stil - is uitgedijd

elk uur is een geheime formule van atomen
die zenuwachtig trillen terwijl ik wacht
om te springen in een diep dat groen lacht
met liefde, verlegen rivier tussen oude bomen

donderdag 25 december 2014

Terugblik



In 2014
zag ik de zon opkomen achter de Akropolis,
tussen toeterende boten met sputterende motoren.
Ik beklom smeulende vulkanen en glijdende gletsjers,
met de kleine raadsels van een liefde in mijn rugzak.
Ik reisde in tweede klas met eerste klas lectuur
en nam mijn zonnebril af voor de gedichten van Zagajewski.
Ik streed om Zwarte Piet en verdedigde Marcel Proust
voor een bomvolle zaal in het roekeloze donker.
Ik tafelde vorstelijk met een bisschop
en dronk wijn met een atheïst.
Ik at pasteis in de gietende regen,
onder een zwiepend luifel in Lissabon.
ik zag een blinkende robot landen
op die apenoot van een komeet
waar ik nooit zal komen,
maar kwam elke dag thuis
in mijn vertrouwde uithoek
van het koele multiversum.
En dat was mooi.

In 2014
verloor ik ook een vriend
die voor het leven was
en dat was akelig
om horen.

zaterdag 6 december 2014

Moeder, kind en ikzelf


dichte drommen
- modeshow van sjofel gevoel - 
banen zich een weg
door hun baldadige verveling
en kopen erop los
omdat het Kerstmis wordt
in de uitstalramen

iets dreigt het leven te zien
in dit aroma van angst
dat mijn neus vindt bij een koffie
met mooie ogentooi: naast mij
streelt een meisje haar baby 
- spinnenwiel van zorgvolle liefde - 
die huilt om een langdurig lijden

de zon komt naar ons kijken
wanneer we lachen naar elkaar
- glorend licht van herkende snikken -
en ik als een schim op de valreep
durf vragen welke naam hij draagt,
de kleine god van haar zoete dromen
die ook ik een nacht lang zou willen zijn

zondag 30 november 2014

Geen gedicht


Hier had een gedicht moeten staan,
voorbij de tranen, voorbij de wereld 
die akelig zwijgt, voorbij de brief
die je me stuurt, doodstil en ijskoud
zoals een winterdag in februari, 
maar het staat er niet.

Hier heb ik je gezicht willen zien,
beneveld door woorden die zingen
van verjaardagen in een zomer 
die van jou en mij was -
en andere feestelijke dingen,
maar ik zie het niet.

Ik zie het niet zitten
om een gedicht te schrijven
dat jij niet lezen zal.
Ik kijk naar de woorden 
en laat ze staan. Verbijsterd 
dat zoveel betekenis is heen gegaan.

zaterdag 8 november 2014

Ver


Ik kijk door het raam: buiten stoeit de herfst
op een verlaten schoolplein. Een plastic bal
rolt heen en weer, achternagezeten 
door gedeukte blikjes, een wilde dans van stof.

Ik heb de liefde niet laten varen,
ze bezorgde me een slecht rapport
en nu sta ik alleen in de gang, doodstil,
met het verontrustend mysterieuze 
van een hese schoolbel die altijd weet
wanneer het tijd wordt om op te krassen.
Het waren vele uren geleden.

De rede vindt geen rust, 
de landerijen in de verte zwijgen.
Eindeloos ver in de gang zie ik een deur
die even maar van zich laat horen.

maandag 3 november 2014

Fooi


Ook ik weet heel goed 
wat wel en niet te kopen.
Elk leven kwijnt, bij een kerk,
in kleermakerszit. 
Ik doe mijn duit in een zakje ongeluk,
knik naar de bedelaar die me te lang 
zit aan te kijken. Ook voor mij 
is geld er wel, maar nooit in hopen. 

donderdag 30 oktober 2014

EENZAME UITVAART

http://www.eenzameuitvaart.be/2014/10/30/eenzame-uitvaart-nr-79-meneer-j-m/

zaterdag 18 oktober 2014

Bankgeheim


Lang voor ik geboren werd 
was ik een kei die neerstortte 
op een eenzame meteoriet. 

Hoewel ramptoeristen beweren 
dat ze me om hulp zagen roepen 
als een drenkeling in de oersoep.

Een geluidloze explosie van atomen 
die elkaars nabijheid niet verdragen. 
Meer was er niet nodig om me te slingeren 

van grauwe geologie naar broeierige biologie. 
Zo gaat dat, wanneer een domme kettingreactie 
miljoenen jaren lang het betere in mij herhaalt.

Het voelde aan alsof ik gedwongen werd 
door een competitie die eindigde bij de jongen
die met verbazing de gekste vragen kan stellen:

'Oma, vertel me toch, wat is het geheim 
van uw geldkluis die straks wordt opgedoekt,
nu uw bank weer eens verhuizen gaat?'

Oma wacht voor de spiegel op haar geheugen. 
Rijkdom is nooit haar beste kant geweest. 
Dan komt het antwoord, bits en verrassend kort:

'God'.

zaterdag 11 oktober 2014

Opa


Mijn opa was ziek, 
waar wilde er niets van weten.
De pestende angst liet hij varen 
om ruimte te scheppen voor een waarheid 
die hij voor gezonde kinderen in pacht had. 
Zijn getelde dagen stopte hij onder de mat. 

Geen woord daarover, alleen goedaardig gegrom,
hij was het nakend einde zat, en zweeg, en bad.

Op een dag zat ik op zijn schoot,
gevangen in de geur van zijn verwerkte dood, 
zwelgend in het verontrustend mysterieuze 
van anekdotes die er niet toe deden.  
Ik greep mijn kans om ideeën te zien dansen
in de vloek van een lente, guur en ijskoud.

Hij gaf zijn stokoude liefde een nieuwe verflaag, 
verzorgde een piepende deur van rottend hout.

woensdag 1 oktober 2014

Aan een zieke vriend


Soms leeft mijn pen van bange siddering.
Ik ga een grote brief schrijven naar jou,
met zegels uit de jaren vijftig. Vraag me niet
naar de frankeerwaarde. Kostbare heiligen 
zullen je naam en adres kronen: een iconostase
van mijn zilverblauwe vriendschap. Zoals Christo
zal ik alles inpakken met een immens linnen doek.
Wapperende herinneringen vol bewondering.

Een fiets zal klaar staan, dat komt wel goed.
De postbode zal de stille vita's niet begrijpen, 
wat ze komen zoeken op zijn stuur naar jou.
Hij zal vast denken dat ik wil helpen in je strijd:
elke gekartelde belofte een vergeelde stand-in
om een ontvanger in het oor te fluisteren
dat niets verloren is in dit leven. Het gevecht 
dat ik wil leveren, valt samen met jouw moed.

zaterdag 27 september 2014


Onder de zonnetent van een pastelleria
sta je te vluchten voor de gutsende regen
en een vloed van half-verwenste excuses
voor je pechvolle groepsreis naar Lissabon.

Colporteurs verkopen hun windschuwe plu's,
ze janken als fado na de onverwachte scheiding.
Lichamen verdringen elkaar met uitstel van respect,
net ranken tussen de neuroses van manuelijnse steen.

Het zou het begin kunnen zijn van weer eens een liefde
nu de gids, in de vrome taal van hoge wenkbrauwen,
vraagt of ze je troosten mag met pasgebakken pasteis
die ze binnen tijdens de plensbui is gaan halen voor jou.

De geschiedenis reikt dieper in haar hoopvolle ogen,
de steken in je onderrug betreuren je jachtige lifestyle,
een hond staat mee na te denken over je stille antwoord
en kwispelt JA wanneer de lekkernij je aandacht verovert.

woensdag 3 september 2014


Het goud op roerloze muren en daken, 
chartreusekleurig licht tussen pasklare woorden, 
wordt omzichtig gehanteerd door een hand 
die ik niet ken: Gezicht op Antwerpen, 
zou Vermeer het noemen, dat spel van trapgevels  
met wijd en zijd verlangen uit gesignaleerde eeuwen 
om het beste muurtje op te eisen, daar ginds 
tussen de gesloten luifels. 

Mijn blik is een gebed in de stilte, in de hemel 
lees ik een luchtpostbrief uit het hiernamaals. 
Ik schilder de dood van een flinterdunne zomer 
met laat-oranje schoorstenen en silhouetten 
die de vroege duisternis achter zich aanzeulen. 
Dan kijk ik hen na alsof ze mopperen over morgen, 
de plek in mijn geheugen die ze niet gaan vinden, 
de nonchalance van een zacht penseel 

dat wollige lichamen van lapis lazuli uitsmeert 
over vale dromen die drijven in een geurige haven. 
Ik zie hen verdwijnen, boten met de hoogmoed  
van een verre cruise die een week lang duurt, 
dwaze bladeren van bomen nog zonder herfst. 
De dag is om. Achterblijven zal ik met een handrug 
vol sproeten en horoscoop, en stil mijn ezel verlaten, 
waar alles als een verse melkweg wordt bewaard.

zaterdag 23 augustus 2014

In memoriam Osterrieth


Vertel niet te veel over rococo in de lage landen 
wanneer je een CD zoekt in het Osterriethhuis. 
Ze zullen je vreemd aangapen als was je Rubens 
die een weergevonden wandtapijt wil verkopen. 
Zeg voorzichtig dat je het niet goed begrijpen kan, 

wat ramsj komt zoeken in de vertrouwde omgeving 
van knappe patriciërs. Ze willen je beter kennen 
dan jij jezelf, die opgedirkte dames bij de kassa 
met hun hautaine air. Kijk: ze sturen je wandelen 
terwijl het vriendelijk klinkt alsof je mag blijven, 

en begrijpen niet waarom je dat zo minzaam doet. 
Een stad als Antwerpen is meer dan gouden eeuw, 
maar supermarkten hebben geen gevoel van eer, 
dat zou je toch moeten weten, jij bink met brein, 
knipperen hun wimpers nu even vals en smadelijk. 

Toon je rebels karakter, moedig je jezelf dan aan,
ga bestudeerd in op hun schaamteloze uitnodiging 
om het niet eens te zijn. En zeg, met je vloeren stem, 
dat je de vertrokken droomtijd van kunst een beetje mist. 
De mooiere eeuw, waarvoor je uiteindelijk was gekomen.

zaterdag 9 augustus 2014

Arm en rijk



Ik ben geboren in een versleten continent
dat armer werd, en die stille ondergang 
in een aanminnig werkwoord veranderde. 

Besparen: ik leerde de truken van de foor 
tijdens de eerste rondjes met rentekorting 
van Mark Eyskens. De molen viel niet stil

maar vertraagde: vooruitgang ging op en neer,
als een huppelend paardje in slow-motion.
Europa ging van bil onder depressieve buien.

Het is afgelopen, dacht ik, attractie wordt roest,
mijn wereld wordt elders rijk. Maar kijk: onderwijl 
stuift naast mij een glimmende Ferrari voorbij.

vrijdag 25 juli 2014

zoals een madrigaal: wakker
landschap onder de gouden zon
die na een nacht van regen
komt gluren tussen de oude kantelen
van de horizon

vragen staat vrij
maar ook
de twijfels achtervolgen mij

ik dacht dat ik de cantus firmus was
in het meerstemmig dempen van illusies
maar nu ben jij er, bloem van liefde
die zich recht
na een stortvloed van hoop

waarmee ik paniekerig loop
naar de ingeslapen grenswachters
van mijn geluk
 

zaterdag 12 juli 2014

TERUGVAL


Assads herinneringen aan mij: 
afgesprijsde tover van voor de oorlog.
Een Syrische postzegel, op een geloofsbrief 
die ik niet meer open.

Mijn ansichtkaarten zijn zoek, 
alleen de Qalamounbergen zijn gebleven.
Ze smelten niet voor mij, ze staren ijskoud 
en hautain naar de ruige zee:

zie hoe ze grimassen trekt naar een wind 
uit Israël, hoe mijn geheugen 
zwalpt als een bootje van hot naar haar, 
op een wereldkaart van dode goden.

Liefde is mijn kompas, ik mis alleen 
wat reizen om op te spelden. 
En de steden die ik bezoeken wil 
zijn in handen van kwalijke regimes.

zaterdag 5 juli 2014

WK

Toeêêêt toeêêêêt ! 
Pweuuuuhhht pweuuuuuhht ! 
Doegue doegue ! 
Fwiiiiiiitttt ! 

(Zucht).

zondag 29 juni 2014


De schimmen van onze dromen benaderen we
met een belofte, te gek voor mooie woorden.
Toch schrijven we een liefdesbrief, in fraaie taal.

Nooit gaat het over de echte rol van onze angst,
over een gewijde stilte die stiekem verdween. 
Toch glimlachen we als een steward in de lucht.

In de lege lounge beneden ligt een beduimeld boek 
dat ons nodig heeft. Iemand zal veel tijd moorden
om te zeggen wat het betekent. In lyrisch verlangen.

We reizen als ingeslapen passagiers op een vlucht
en vergeten dat we zijn neergestort diep in onszelf.
Dan worden we wakker, in koele aandacht -- alleen.

maandag 23 juni 2014

Wat het beeld vertelde



Dat ik mijn leven moet veranderen
is me vaker verteld door een beeld.
Ik zag het tollen voor mijn ogen
terwijl ik vrijde in het gras, lang voor ik
het sluw gespeelde spel doorgrondde
van woorden leren stilstaan in de tijd.

Een explosie was nakend. Flauw aftreksel
van eeuwige belofte met gesloten ogen,
uitgegleden emotie onder een hautaine blik.
Rodin liet zijn brons - onstuimig lava - stollen
in de dreigende pij van Balzac. Ik? gaf geen kick
in mijn sabotage met ijskoude bewondering.

Ik veranderde mijn leven, stond op en lanceerde
het nieuwtje dat ik de vrek ontdekt had in mezelf.
Ik zou hem mores leren, liet alle remmen los
en werd een gloeiende stroom: taal op weg
naar de vallei van het verleden, waar gedichten
nog nabranden. Gulle kracht die warmte geeft. 

De caldera wordt koud, een hele generatie
wacht op weer een nieuw titanenwerk. Er roest
een goddelijke komedie onder die pij - realisme
in het diepst van Balzacs gedachten, mijn hel
die ik nooit heb willen zien. Ik verbeter proeven
die een feestende eeuw tot wanhoop drijft.