vrijdag 7 maart 2014


Eerst moeten de jaren me reduceren tot een stofje
in de wind, dan wordt het te laat om te vragen

waar het waaien begon, bij welk ijdel wapperen
van bloemen. Speels interludium van vermoeden.

Het zou me geholpen hebben als grootvaders 
niet zo vroeg gestorven waren, als ik zelf op tijd

hun overspelige manieren had opgemerkt, 
hun middeleeuwse schalmeien en banieren.

Ooievaars zijn voorbeeldige burgers. Ik dank hen
voor hun mooie mantelzorg op een ruïneuze kerk.

Mijn leven: escapade uit een wankel nest,
geheugen met gaten die ik probeer te dichten.

Wat ik hier kwam zoeken, onder klepperende liefde,
ontdek ik pas wanneer de laatste verzen klaar zijn.