zaterdag 19 april 2014

Liefde op het Eilandje




Liefde op het Eilandje:
wantrouwen wat van de oude verwennerij
een symptoom is. 
Spiegelende liefde op de kade. In golven
glimlachjes lezen die slecht verstopt zijn,
onder mid-season ironie:
 
een groen poloshirt, korte mouwen
en zwarte jeans met spatjes
onderaan de rechte pijpen.

Stille liefde. In behoudsgezinde dokken
laveren tussen smalle vragen,
met een ziel die naar de kranen tuurt.

Koude liefde: in een weigerachtig voorjaar
huiveren te beminnen, terwijl je peilt
vanuit je dorstig verlangen.
 
Wandelende liefde is
wachten op de liefde, op de Londenbrug,
en luisteren naar het water: moeilijke mix
van schoonheid en pollutie.

Elke liefde is een haven
waar je elke avond thuiskomt.
Alleen.

zondag 13 april 2014

Hier in Hoogstraten

Hier in Hoogstraten zeurt de wind
over een koud voorjaar met lege bus.
De bende kerkeeuwen stormt op me af
als kinderen die vechten om een bal.
Hun oma pleit voor koffie met advocaat.
Koekje is op. Haar hond komt veel te laat.

Achter mij raakt een flipperkast oververhit
door een meid, stil als een Kempisch dorp
dat wacht met onverkende wandelroute. 
Ik til een vraag die loodzwaar weegt,
want zoek het Begijnhof in haar ogen.
Net niet kwijt: haar lach vol mededogen.

donderdag 3 april 2014

Uithongeren moet de liefde


Een jongen in de aula. Zijn hormonen stromen,
zinloos tragisch, van Cleopatra naar de meisjes
zonder naam. Ijdel geplunder van woorden:
fortissimi sunt Belgae. De verovering nog niet nabij.
 
Piepend krijt nu, op een bord met witte vlekken.
Er staat een macho citaat in de volgeschreven nacht.
Kreunende melkwegen waarin hij kwam, zag
en overwon: melancholische dromer op de eerste rij.
 
Blinde gehoorzaamheid voert zijn aandacht terug
naar de ervaring. De prof predikt raadselachtigheid.
Uithongeren moet de liefde, voor ze even terugkijkt.
En glimlacht… Zoals moordenaars in een nare droom.