dinsdag 22 december 2015


Mist was er, toen ik bij jou kwam, mist rolde mee 
naar binnen, zoals een liefde door de traagheid
die geen excuses zoekt om stil te vallen.

Ik dacht dat de symbolen nog zwegen, dat ze later
geuren zouden worden voor een platteland met zon
om een half uur lang te vrijen. Toen je zwijgen begon.

Je zinnen hadden het over vage depressies
en gebieden van hoge druk, je was een weerman
die mijn lichaam als een lege landkaart aanwees.

Mist was er, kil als theater zonder personages,
een stad zonder slaap, een doorweekte slip 
waarmee je per vergissing de verveling verdrijft.

Angst was er, maar ook wel, uitzaaiend na het barsten
van de leegte, druppels van een toekomst in je ogen
die rondzwom in een uithoek van je onwetendheid

zaterdag 19 december 2015



Wanneer de avond voorbij is, op de radio 
een weerman met verzopen wolkjes leurt
en de laatste lift mijn dronken liefde ontvangt

teistert de woede van verspilde tijd en libido
mijn lege tafel voor het raam: wie heeft gezeurd
en deze afleiding van gevulde glazen verlangd?

Het was een jongen die zijn roeping vergat 
en nu de slaap ontbeert die hij niet missen kan.
Er duikt een spook op van verveling zonder naam

die wakend doet alsof een nachtmerrie wordt gejat.
Het is wachten op de inspiratie van endorfines dan
om rake verzen te schrijven voor de gepaste blaam.

zaterdag 12 december 2015

Weet je nog


weet je nog -- 

de dag liep ten einde
en jij fietste voorop naar de morgen
als een flierefluiter die dauw en regen
met elkaar verwarde

de bloemen toonden hun roze tepel 
die dichter bracht wat ver weg lonkte
en wulpse bijen kwamen zoals jij
hun tijd verdoen in een bed zonder hemel

weet je nog hoe --

hoe de zon werd verdund met het water
van je toekomst die pronkte in het park
waar een jongen het gras kwam besproeien
maar jouw hart met kwistige pijn liet stoeien

weet je nog hoe je heerste --

je woedde als een steekvlam van zomer
die vlak voor het donker binnensloop
en beelden aan zijn laars lapte
langs de glijdende paden van Middelheim

een gedicht maakte van jou de dromer
die zijn weemoedige furies van wanhoop
liet heersen over de ontembare natuur
van smeltende gletsjers in je levensloop

weet je nog hoe je fietste --
en hoe alle beelden weggleden --

trap nu maar, als taal, of zwijg gevat  
en raak je eeuwige liefde niet aan
raap de tijdelijke bolster op 
waaruit een laatste vers openspat

vrijdag 4 december 2015



Ik weet niet waarom woorden zwijgen
wanneer ik te zeer naar ze verlang. 
Ze horen me als een trekpaard hijgen
op mijn akker, en dat maakt me bang.

Soms voelen ze er niets voor om te rijmen
en gooien lukraak een betekenis in mijn gezicht.
Ik verkruimel mijn grond, ploeg door geheimen
maar weet zeker: dit wordt nooit een gedicht.

Tot een vuurrode zon aan de horizon verschijnt
en mijn naam roept, in de gekende toonaard,
zo zangerig, als werd er muziek doorgeseind.
De voren worden notenbalk, een sleutel waard.

Ik luister en werk verder, het donker tegemoet.
Dromen lichten op, hun neon maakt me blind.
De wereld zingt haar begeren vol deemoed
en dat koelt mijn angst, maakt taal blij gezind. 

maandag 23 november 2015

http://www.eenzameuitvaart.be/2015/11/23/eenzame-uitvaart-nr-100-meneer-j-a/



Via de link hierboven kun je het gedicht lezen
dat ik vandaag heb voorgedragen voor meneer J. A.,
enkele dagen geleden eenzaam overleden in onze stad.

Het novemberzonnetje was gul en begripvol.
Maarten Inghels was aanwezig.
De as werd uitgestrooid over de strooiweide van het Schoonselhof
in Wilrijk, op maandag 23 november om 14.13u


woensdag 4 november 2015


Soms, wanneer de avond nader treedt, 
dans ik als een zwaluw tussen raven 
in een lucht van olieverf en terpentijn. 
Net film: ik schilder om een hoge wereld, 
smartelijke medley van krijsende wolken,
open te breken. Ik word de gemene schurk 
in een doek met de allure van een western
en vlieg met taal vervaarlijk bij de grond.

Het onbekende onweer komt slapen 
als een cowboy met hinnikend paard 
en schaduwvlakken bij mijn zwiepdeur. 
Een provinciaal bestaan slipt stiekem weg 
maar de modder wil toch blijven, spatjes 
op papaverwoorden in de inspiratiewind. 
Poëzie is een ooievaar op dit stortterrein. 
Niet vegen: het lege landschap wil vluchten 

onder de zegen van de regen.

vrijdag 16 oktober 2015


Een meisje voor een overvolle trein
vraagt waarom je zat te slapen
en staart naar je, als een personage
dat mee wil reizen door de bladzijden
van je leven

Wrijf je ogen uit, voel je dichtbij de rand
van de romantiek die je verlaten had
en hoor achter je een automatische deur
dichtglijden terwijl het fluitje van de conducteur
een nakend gebaar signaleert

Dommelpauzes doen wonderen:
het geheime leven van Connie Palmen
voltrekt zich wanneer je haar laat liggen
naast je, op een zitbank
met veel te vrije plek

woensdag 7 oktober 2015

Als ik naar je verlang


Niets. Als ik naar je verlang
is niets nog brandend
in mijn herinnering aan de koorts
van de laatste keer.

Gloeiende sintels.
Niets dat in de verte lijkt
op de eerste dans van bladeren
in de herfst. Slechts hun dood
in een riool die elke dag
naast me loopt.

Geen hallucinatie van hoop
of hagel van geluk
op glazen daken,
als ik naar je verlang.

Niets 
dat uit een staalblauwe hemel
kan vallen -- dwaze overmoed
van een bonte vlieger
die de wind beu is
en genoegen neemt met het zand.

Woorden slechts
die zon willen zijn

en hemel
uit een ander seizoen.

vrijdag 2 oktober 2015

Stille oever met veel liefde


Vlaanderen,
hoe overleef ik in dit moedeloze uur
de afbraakwoede?
Met ploertige tegenzin.
En liefde.


Radio, mijn blinde kompaan,
ga mee met mij, glijd met mij
langs tuinen met een verlaten kathedraal.
En liefde.
Microfoon, mijn demon,
Je vroeg me terug te denken aan de weelde
van Eden, staarde met mij door woorden
naar een stille oever.
En flirtte met mij.
Managers bij het roer,
jullie ontdekten mijn dooiproces,
ik zweeg over het slibbig verleden.
Het zal nooit voorbij zijn, nooit,
het uur om te varen als een dronken boot
van Rimbaud. Alleen.
Met flikkerende sterren
op jullie rivier in de ether.
We blinken allemaal als dromen in de zomer,
gekieteld door vuige wind.
Onze ziel is een schelp vol herinnering
aan de groten der aarde.
En aan hun liefde.

dinsdag 29 september 2015

Dionysos is hier


een boeket 
                  viel 
                        op mijn bed
terwijl ik me uitkleedde onder de blik
van een   b l o z e n d e   maan

kijk hoe de woorden vandaag
in extase dansen bij mijn lief:

soms komt de luid-zingende god
van wijn en bloeiende ranken,
de joviale Olympiër voor wie ik laat opblijf,
bij me zitten, legt zijn hand op mijn schouder
en fluistert met luitmuziek over een ster,

                                                daar ginds, 
                                                nieuw, 
tussen       twee       schoorstenen
in het verpauperde raam dat de naakte nacht
op mijn lippen legt

en er is een blinde engel die me zien kan,

hoe ik met flikkerende liefdestrilling frummel
en daarover alles wil vertellen
aan een vreemde die amper luistert

maandag 28 september 2015

Guus Bauer over 'Bidden om verboden vruchten" (uitg. vrijdag)


Bart Stouten (1956) is al jaren een van leidende stemmen bij de Vlaamse klassieke zender Klara. Maar zijn zachtmoedige, welhaast zalvende stem, drukt ook een zeker lijden aan het leven uit, precies klein genoeg om toch vertroosting te bieden. Een onderhuidse snik. Stouten is bovenal een schrijver, een poëet, een leven lang veroordeeld tot de zoektocht naar zingeving. Zelfopgelegd, zoals het een fijnzinnig persoon betaamt. Middels muziek, dat spreekt voor zich, maar ook via verre reizen – zijn eilandenboek is van een bijna ongeëvenaarde sereniteit – en vooral ook via de taal probeert hij zijn plek in het universum te duiden. Zijn voorlaatste boek Kersen eten om middernacht werd gecategoriseerd als literaire non-fictie – hij slaagde erin om in dat boek zijn verleden, zijn muziek, zijn stilte en zijn taal samen te brengen – maar is net als het nu voorliggende Bidden om verboden vruchten eerder een coming of age-roman.
Het gaat om het vinden van een zekere balans in je leven en in je teksten. Ook in deze nieuweling is de taal van Stouten fijnzinnig, origineel en poëtisch. Hij schuwt zo nu en dan de wat langere zin niet. Een verademing na al het kortebaanwerk dat al jaren opgang vindt. Waar hij in zijn middernachtelijke kersenboek zich voornamelijk tussen de regels door blootgaf, is hij met de nieuwe roman explicieter. Waarschijnlijk onder de paraplu van het op het voorplat vermelde ‘roman’. Nu ja, het handelt niet voor niets over verboden vruchten!
De hoofdpersoon is zeventien en heet Kaius (naar de Romeinse rechtsgeleerde?) maar vanaf regel één is duidelijk dat hier opnieuw de wordingsgeschiedenis van de mens Stouten het onderwerp is. Kaius is (net als Stouten) een begaafd pianist maar wil even goed teksten schrijven. Hij heeft bij zichzelf een merkwaardig fenomeen vastgesteld. Wanneer hij een verhaal begint te vertellen, mondeling dan wel op papier, moet hij binnen een paar alinea’s aan muziek denken. In Bidden om verbonden vruchten heeft de muziek aparte hoofdstukken gekregen. Kaius die schrijft over zijn bezieling met de verschillende klassieke en modern-klassieke componisten en muziekstukken. Ze zorgen voor een draagvlak voor het ‘eigenlijke’ verhaal, bedden het in, maken de bevrijding van de gevoelens van Kaius mogelijk.
Hij zit namelijk ingeperst tussen twee geloven. Het socialisme van zijn vrijzinnige moeder en het ouderwetse katholicisme van zijn oma, trouwe kijker naar de zondagse televisiemis. Daarnaast ontluiken zijn hormonen en is het niet helemaal duidelijk wat zijn geaardheid nu is. Via een schoolgenootje, het bloedmooie danseresje Anna, leert hij haar kunstzinnige en, jawel, eveneens bloedmooie vriend André kennen. Iemand die een paar jaar ouder is en schildert. Zo nu en dan neemt hij het niet zo nauw met zijn kunst en aapt hij een paar iconen na. Een mooie extra inkomensbron voor de zoon van de leraar zedenleer (sic!).
Stouten laveert bekwaam tussen André, zijn vriend met de toepasselijke naam Duivel en het danseresje Anna. Ondertussen diept hij zijn eigen zoektocht naar een godsgevoel uit. Valt er niet een eigen mystieke beleving te distilleren uit de aangeboden mogelijkheden. De drang om de diepere schoonheid te verklaren. (De muziek van Bach, de teksten van Beckett, is dat niet de taal van God?) Kaius krijgt van zijn oma een (echte) icoon. Een kleinood dat hij overal mee naartoe neemt, een talisman die angstvallig voor zijn moeder verborgen moet blijven.
In tegenstelling tot zijn vorige roman gebruikt Stouten hier af en toe hedendaags Nederlands. Bullshit en zo. Amsterdamse woorden waarvan Kaius de betekenis niet kent, afkomstig van cassettebandjes die André heeft opgenomen van een Hollandse serie. ‘Een beuk voor je porem’, ‘de vreetmuur’ en dergelijke. Dat zorgt voor wat lucht in de tekst. De zinnen van Stouten zijn zonder uitzondering mooi, zuiver, origineel, maar door af en toe gas terug te nemen, weet de schrijver de balans te vinden, maakt daarmee zijn eigen woorden waar. We zijn zoveel meer dan de dwaze gedachten en gevoelens die ons hoofd en hart bestieren.
Tegelijkertijd weet Stouten de tijdsgeest van de vooruitstrevende mens in de dagen van zijn jeugd (en die van nu) goed te treffen:
‘Almaar talrijker werden ze in de jaren zestig en zeventig, de naakte zielloze livings met hun onderkoelde perfectie. Leegten waar elk object, vervuld van inhoudelijke belofte, zou storen. Geen boeken te bespeuren, geen bloemetje in de vaas, zelfs niet de minste suggestie van kleur. Alleen een megalomane sofa om de verveling in weg te slapen gapend naar wat tegenwoordig een hightech flatscreen is, maar vroeger nog een peperdure kleurentelevisie. De klok bevatte zelfs geen segmenten, bang dat ze de trage uren zou laten zien.’
Bidden om verboden vruchten is een zoektocht naar liefde, naar verzoening met de wereld. Stouten geeft de overbekende nostalgie van de jeugd een tint aanstekelijke zintuiglijkheid. Wonderen, reizen, overweldigende natuur, muziek, religie, poëzie, verstilling, sensualiteit en een jongmens dat lijdt onder astma, zijn eigen complexiteit en onder al dan niet latent blijvende talenten. En dan die ontluikende seksualiteit. Welke richting ga je op, word je opgedreven. (Ook de socialistische moeder stond in het geval van Kaius niet open voor een gesprek dienaangaande.) Het leven is in staat tot grote verrassingen, al dan niet in tijden van ontberingen. Stouten schuwt de zelfspot niet.
‘In zijn pogingen om beter overweg te kunnen met de kleine, onheilspellende kantjes van zijn karakter enerzijds en zijn stille betrachting om in vrede te leven met de inconsequente, niet altijd rechtschapen wereld waarin hij leefde anderzijds, stuitte hij voortdurend op de grenzen van alle communicatie tussen twee levende wezens.’
Langzaam ontvouwt zich het echte verhaal achter de vriendschappen, achter de liefdes. Anna dreigt ten onder te gaan aan een verslaving, de jongens blijken niet oprecht met kunst bezig te zijn, maar gebruiken hun gave om geld af te troggelen. Pas wanneer Kaius bij Anna die vrije val ziet, groeit ook zijn lichamelijke liefde voor haar. Zijn beschermingsmodus dient zich aan, natuurlijk ook een neurose. Stouten laat zijn personage gedurende de roman bekwaam zweven tussen het platonische en het lichamelijke. Deze roman is opnieuw een ode aan de ontluiking, aan de ware, onbenoembare liefde, aan de oprechte vriendschap, gepaard gaande met angsten en twijfels. Stouten gaat de verzeping van de wereld intelligent te lijf. Hij ontgint wederom bekwaam zijn leven. Hij, excuus Kaius, mag best een beetje te koop lopen met zijn eruditie. Er zijn al genoeg thema- en ideeënboeken en conformisten. Leve de idealisten!

Mijn horoscoop zei: wees lief,
houd het kort. De sterren wachten.
Je bent weer zwanger van woorden
en moet beslissen of je ze wil.


Ruziënde Grieken geven het slechte voorbeeld
onder een leeggelopen hemel.
Nooit gevoelens vertrouwen die zomaar komen
terwijl je wandelt door de haven.
Vandaag klinkt ze als een lome harmonica,
met haar klagende klotsende golven
in de wind die van over de heuvels
komt aangerold.
De klank neemt bezit van mijn lichaam
als een gast die ik vergat uit te nodigen,
boos om het geluk dat ik nog enkele eilanden
had uitgesteld.
Brons wordt bronstig: een ferry komt aan.
Zarathustra zingt in de luidspreker.
Zo spreekt het eiland Skyros
waarop mijn zonnebril verliefd werd
en een Amerikaanse diva,
stem door astma verneukt,
voet aan wal zet
in mijn armoedige stilte.

zaterdag 29 augustus 2015

Tafeltennis


In elke liefde sta je aan een tafel
te tennissen met de schim van een angst
die je uitlacht met blikken heen en weer.

Vandaag maak ik een ping-pong-lijstje
van vragen waarmee ik de slaap verover
en pogingen tot bliksemsnel antwoord
vol ondoordachte wishful thinking.

Opslag: ik animeer een afwezige vriend
met een aforisme dat hem aanmoedigt
om terug te keren in een vers
dat hij niet lezen zal. 

Dra zal de snelle tijd zijn uitgerekt
tussen zweverige versies die strijden
om deze mooie woorden van voor

en na zijn onverschillige blikken
in een bewogen leven.

dinsdag 25 augustus 2015

Vroege herfst


De huizen slopen
hun wensen van de nacht
in de mist van augustus.

Gordijnen staken
hun verstoppertje spelen
en houden de wacht
bij ramen die uitkijken
naar het bezoek van de zon.

Helaas, de zomer is zoek
en zal niet komen,
kreunt de tram in de bocht.

woensdag 19 augustus 2015


Wat koude thee bewaard
om een lange avond mee te doden.

Beethoven zou het ook zo doen:
doof mijn hart betasten, 

of het nog klopt na het noodlot
van de voorbije maten.

Kruisen om me af te leiden,
alsof witte toetsen niet volstaan.

Pauwen in de regen: liefdes
die maar draaien en krijsen 

om te overreden.
Let op mijn woorden: 

dissonanten op de notentrein, 
vroeger hingen ze zich te vervelen

met sleutels voor suikerboonrefreintjes
en melige pepermuntakkoorden.

Ze waren nog niet verwond
door crescendo's van angst en pijn.

Wisten ze veel dat ze inbrekers waren, 
opgeleid om oude harmonie te forceren.

vrijdag 7 augustus 2015


Niet binnen, dan buiten.
Ergens is het weer nat.

Afrika loopt leeg, Europa vloeit vol
en er is niemand die zich schaamt
voor de lekke kraan. We verdrinken
in de trots van een lakse aardbol.

'Niemand buitensluiten'.
Weet je wat? 

We nemen een vluchteling in huis
en geven hem een naam, wat chips
en een luie zetel, zonder te klagen
dat ze weer debatteren op de buis.

Iemand moest dit even uiten:
we zijn het ruziën en wachten zat.

zaterdag 18 juli 2015


Tranen laten vermoeide sporen na
in ogen verblind door helle zomerzon.
Ik hoor mijn lippen klagen
en daar beweegt de haven, in een vertroebelde blik,
terwijl je troetelnaampjes van kleur veranderen.
Het is als zwijgen met woorden:
bij elk punt staat een zoen, een wapperende vlag
bij aankomst. Maar liefde weet zo goed als niets
over de serotonine van dit geluk.

Soms decoreer ik 's avonds,
schrijvend wat niemand lezen zal,
de sterrenhemel met wat parels
van mijn uitgestelde eenzaamheid.

zaterdag 11 juli 2015

Esse est percipi


Toen ik wakker werd, 
vond ik dezelfde wereld weer
die ik gisteravond verlaten had. 

Mijn vijf zintuigen deden hun best 
om te doen waarvoor ze geboren waren. 
Ik was omringd door geur en beeld, 
fantomen ook en wiskunde. Overal, ja echt: 
een paar triljoen atomen die spiegel heten, 
en blijven waar ze zijn. Tenminste, 
dat hoop ik maar: mijn gezicht erin 
is weer een beetje ouder. 

Tijd huist hier ook wel ergens, 
het moet vast onder mijn bed zijn, 
in een stofwolk van dromen.

Toch was mijn slaapkamer geen haar veranderd, 
en ook de kam lag behoorlijk op zijn plaats 
in een uitnodigende badkamer die ik kende, 
in een vijandige wereld zonder toekomst. 
Daarover vertelde de nieuwslezer, mijn collega,
alsof hij naast me zat, terwijl het zeker leek 
alsof ik alleen was, zoals iedereen die hallucineert 
wanneer de techniek er plots bij komt. 

Houd je goed vast, dacht ik, 
dadelijk gaan we naar beneden. 
Naar de voordeur met haar magie van brieven 

en liefjes die nooit komen, of ik zou het niet merken.
Als je er vijftien passeert, ben je bij de vaste bus. 
Er zal wat tijd verstrijken, als die bestaat, 
en anders zal ze zo lang als nodig stilstaan, 
voor een verkeerslicht dat iets wil regelen. 
Het lijkt op een stroom van atomen. 
Maar weet je, die trillen alleen. 
En hebben verder geen idee.

maandag 6 juli 2015

Redding na het nieuws



Wat zei je, zit je zonder cash? 
Nu al? En de maand is net 
begonnen. Net zoals het nieuws.
Wacht, ik bel je terug, het zal eerst
van kwaad naar erger gaan.

Ze peroreren weer over de Euro. 
En over banken die gaan sluiten. 
Daar staat hun man al, live 
op de Acropolis, blakend in de hitte.
Zijn meltdown wordt onvermijdelijk. 

Ik word ziek van zoveel zee en wind. 
Weet je nog toen we Piraeus verlieten
in een storm, tussen Odysseus en Elpenor, 
varkens gevangen in een mensenlichaam? 
Twee ruïnes van verlangen, hopeloos op drift.

Arme colonnade: Europa moet gered worden,
maar eerst een zuil van Griekse economie.
Twee miljoen toeristen, waren wij daarbij?
De kosten zullen enorm zijn, zegt hij, 
wanneer het mislukt, voor iedereen.  

De goden van het Parthenon dansen
vanavond onder hun kronen. De geschiedenis 
die Griekenland best aankan, is onzichtbaar. 
Ze verstopt zich achter leugens en uitvluchten, 
bloemen in een rots die ooit kapiteel was.

Zeg me hoe ik je kan helpen.
Laat je zorgen glijden door de cannelures
van mijn liefde. Ik zwijg als jouw tempel.
Mijn ATM blijft dag en nacht open.
Onbetaalbaar is wat blijven moet.

donderdag 2 juli 2015

Een commentaar van Chris Spatz voor boekhandel 'De Groene Waterman', Wolstraat 7, 2000 Antwerpen


Bidden om verboden vruchten
Bart Stouten


Eerste zin: Kaius belde voor de eerste keer in zijn leven naar zijn eigen antwoordapparaat. 


Bid je om verboden vruchten wanneer je op zoek bent naar jezelf? Is dat het ultieme verlangen van ons allemaal? Brengt dat verlangen ons dichter bij de kern van een leven waarvan we proberen te genieten? Kaius, de protagonist in het boek Bidden om verboden vruchten vraagt het zich luidop af nadat zijn vriendin deze woorden met een vanzelfsprekend gemak had uitgesproken.
Het verhaal volgt de achtjarige Kaius van 1964 tot aan zijn prille volwassenheid. Het speelt zich grotendeels af in de Limburgse fruitstreek vanwaar Bart Stouten afkomstig is. Kaius neigt eerder naar zijn diepgelovige grootmoeder dan naar zijn atheïstische moeder, wat voor een tweespalt zorgt in de geest van het kind. God wordt als het ware een verboden vrucht. Hij zoekt die dan via een omweg, via Bach, de snelweg naar God. De auteur vertelt vanuit het standpunt van de jonge Kaius (vooral in de dialogen) afgewisseld met reflecties op zijn jeugdjaren die toen al doordrongen waren van muzikaliteit, kennisdrang en spiritualiteit. Een jonge gast die de Franse filosoof Bergson onder zijn hoofdkussen heeft liggen, Darwin als speelkameraad heeft en door tante Jozefina ingewijd wordt in de mysteries van het bestaan, zou bijna wensen dat hij gewoonweg eens 'belleketrek' of ander kattenkwaad zou uitsteken. Bijwijlen is de diepgang die de jonge knaap wordt toegedicht bijna onaards. Ook Proust komt meermaals om de hoek kijken, vooral wanneer de volwassen Kaius reflecteert naar gebeurtenissen die in zijn geheugen staan gegrift. Zoals wanneer hij in Zwitserland, waar hij verblijft omwille van zijn astma, een ontmoeting heeft met een jonge Japanner die op zijn gitaar een fuga van Bach speelt. En in Ecuador wanneer hij ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt, alsook zijn reizen naar Japan en een verblijf in een Bretoens klooster. De auteur gebruikt de hij-vorm, wat hem een grotere vrijheid biedt om zijn fantasie te lenen aan de werkelijkheid. In deze autobiografische fictie schenkt dit hem een vrijgeleide om doorheen de werkelijkheid, die vaak de fictie overtreft, subtiele toetsen te weven die het verhaal een vlotte doorstroming geven. De ontluikende seksualiteit van Kaius, die de Griekse beginselen is toegedaan, en zijn vrienden Anna, André en Duivel danst suggestief omsluierd doorheen de zinnen. 

Na Kersen eten om middernacht blijft Bart Stouten poëtische en meanderende zinnen- waarna je even naar adem moet happen - koppelen aan uitweidingen over muziek en dans. Ook nu neemt hij de lezer mee in zijn muzikale beschouwingen en verrijkende gedachtewereld. Na elk hoofdstuk volgt een cursief extraatje waarin Kaius, maar ook de lezer, de kans krijgt om even een partituur binnen te dringen waar enkele bladzijden lang Muziek als protagonist wordt opgevoerd als ode aan de liefde. Wie de zachter, poëtische radiostem van Bart Stouten kent, wordt bij het lezen van sommige passages, in zijn hoofd begeleid door die stem. Ik betrapte me er op dat ik soms luidop las en dat ik daarbij automatisch zijn intonaties probeerde te laten weerklinken. 
Het einde ontlokte me een zuchtje.... net zoals de auteur zich had gewenst.


Chris Rachel Spatz - juli 2015