vrijdag 30 januari 2015

Schubert D960 met duinenliefde


Onder de grondtoon van Schuberts sonate
gaapt een geraamte dat tegen de zin van de tijd
haar uiterlijk droeg, dat eeuwig wou zijn. 

Levende indruk krijgt diepte: ik kijk naar mijn liefje
in haar ver verleden. Die foto was ooit film, titelrol
nog rollend over mals duingras in guitige bries. 

Ik was een kind in de duinen. Stoeide erop los.
Mijn hart: een machinekamer van drukke illusie. 
Volle toeren van dwaas verlangen, stevige haardos

die in de pedaal mag overdrijven, terwijl de aanslag
met akkoorden wordt beraamd. Wind, in Oostende,
floot bange hoop dat ik de meisjes zou behagen.

Luister: linkerhand met diep gefronste wenkbrauwen
verrast een kleine, mollige, ondeugende glimlach 
in de rechterhand. Fraai aarzelen in onze blikken. 

Maar dan de regen. Mijn opstijgen boven het vertoon
van een theatraal gebaar verraadt de duistere gang
van liefdesgeluk in een tijd die ik snel heb laten varen.