vrijdag 20 februari 2015


Alsof mijn blik stilvalt bij een zachter silhouet.
Ze lijkt verdacht veel op Debbie Reynolds. 
Die snaaksheid in close-up: gedateerde toekomst,
een vitrage waarachter intriges wonen 
uit straten die om een craneshot vragen.

Ik denk dat ik haar aankan, 
in een bescheiden regie 
van lieve woorden.
Ze stijgen en dalen, 
terwijl ze ergens haar glas op heft.

Gene Kelly vraagt of ik rook. Debbie is bang.
Onder een bezwadderde luifel van hoogmoed 
staat ze te schuilen voor zijn bindende invloed
die voor haar voeten plenst in groeiende plassen.
Zo-even nog was het muisstil in deze film. 

Nu wordt er gesproken met haar vriend
over hoe het licht moet vallen 
op een kringelende liefde.
Ik stel hem gerust: hij kan toch zien
dat ik geheel onthouder ben in zijn buurt. 

vrijdag 13 februari 2015


Alsof er schande te stapelen viel.
Aan het einde van de liefdesstrijd
kwam een bericht dat het bed hulde
in de stilte van een verlaten bos.
Alsof we nu al moeten rouwen 
om een telegram die nog gaat komen.

Ik zat te pezen op je brainteaser
die in mijn hart was beland,
tussen de winterlakens
die zacht deinden op je adem,
daar ergens tussen cystolen
die bespioneerd werden door je oor. 

Het leek op een verliefd kiften 
over verjaagbare zorgen, 
dit kwellen van mezelf met iets
dat als messcherp licht verblindde
wat ik met open ogen had gezien
als een toekan in een droomwoud.

En het was alsof ik maar vrijen bleef, 
vrijen als de wind met de bomen, 
zonder ooit te weten of ze het voelen. 
Een pijn van boosaardig verdriet
waarin bonzende waanzin verstilt.
Mijn hart zei niets. Haperde in je oor.

donderdag 5 februari 2015


kijk, zei mijn neefje, en zijn teddybeer
keek op naar hem, in een zinloze poging
om uit te breken, als noten achter tralies 
van een strenge partituur

volgend jaar wordt de klank van het bos
uitgelachen door een eetbare paddestoel
die kraakt onder het gewicht van een elfje
uit gods kleurboek van wegende stilte

het is waar, dacht ik, tijden komen terug
want kinderen zijn een korte voorslag 
bij de maatstreep van herinnering
die het ritme van seizoenen dicteert

zo nu en dan ontsnapt een stuk zin
aan het gezwam van deze schepping:
elke regen laat immers sporen na
op een stiekem omgevallen boom