donderdag 5 februari 2015


kijk, zei mijn neefje, en zijn teddybeer
keek op naar hem, in een zinloze poging
om uit te breken, als noten achter tralies 
van een strenge partituur

volgend jaar wordt de klank van het bos
uitgelachen door een eetbare paddestoel
die kraakt onder het gewicht van een elfje
uit gods kleurboek van wegende stilte

het is waar, dacht ik, tijden komen terug
want kinderen zijn een korte voorslag 
bij de maatstreep van herinnering
die het ritme van seizoenen dicteert

zo nu en dan ontsnapt een stuk zin
aan het gezwam van deze schepping:
elke regen laat immers sporen na
op een stiekem omgevallen boom