donderdag 26 maart 2015

Felix en Fanny


Gisteren zag ik Mendelssohn
in mijn kinderdagen vol ambigue maten
lonken als een onopgemaakte kamer 
van toekomst. Felix timmerde 
zijn plannen: stevige planken 
voor een boor en hamer van inkt.

Tussen de strijkers lag het gouden horloge 
van Moses, stilgevallen angst om het niets. 
Dat hij vergeten zou worden, terwijl zijn tijd 
al afscheid had genomen. Filosofie
onder sokken en een broek. Geurige mix 
die vroeger mee naar school mocht.

Ik zag beertjes zonder getrommel. 
Lieder ohne Worte. Nat staarden ze 
naar de wissende nacht. Slapeloze sterren
die hun falende batterij vermoeiden. 
En Fanny, in dit circuit, het wonderkind
van een gevaarlijk racend hart.