vrijdag 20 maart 2015

Striptease



Ik stond op het dak van de VRT
te luisteren naar Bach. Dat alleen al
was bevreemdend: meestal is hij het
die gauw hoogte neemt. 

Ik zweefde in de wolken, en Bach
haperde wat, elf verdiepingen lager.
Niet nu, dacht ik, niet nu verdwijnen
zoals de zon, er is nog zoveel toeval

dat in beeld en woord wil schijnen. 
Toen klonk hij stiller in mijn oor,
als nooit voorheen: der Tag ist hin,
die Sonne geht nieder. 

Tien seconden, zei de technicus, 
en ik telde rustig af naar mijn sprong 
in de nieuwe diepte. Ik zei iets 
dat de nevels deed wijken
en de maan wat verder opschuiven
naar het midden van mijn hoop.

Ik mocht niet kijken, zei de zon.
Al stond ze achter haar kamerscherm
een gouden beehaatje weg te gooien. 
De jongen in mij werd wulps, ik wou
het zwerk om tijdelijke liefde schooien.

Het was niet nodig: er vloog een kraai
door de ether, en Vlaanderen begreep
dat ik op zoek was naar een andere term.