dinsdag 26 mei 2015

Nachtmerrie


Ik zag in de liefde tussen zon en steen
op de Korinthische zuilen van Palmyra
een handtekening van Allah verschijnen.
Ik schrok wel even: pracht en verval
ontmoetten elkaar op een zijderoute
met rijk getinte overvloed van hoogmoed.

Verre toekomst werd een hese megafoon:
een karavaan van stemmen trok voorbij,
mars met kalasjnikovs en bleke muëzzin.
Kon dit het hoogtepunt van beschaving zijn?
Alleen, aan een tafeltje in de schatkamer,
moest ik met IS de oude handelaars vieren. 

Misschien heeft mijn nachtmerrie het te druk
met de zang van een uitgemergeld hart.
Zenobia kan niet meer huilen om de dood  
van het Morgenland. Straks openen de ogen: 
één REM-slaap volstond - Palmyra ging onder
met de zon, vlak voor dit gedicht begon.