woensdag 24 juni 2015


In het verleden glijden, zoals je in een auto stapt
die je meeneemt naar de zee. Onderweg krijsen
de meeuwen, landen op de afval in je hoofd. En dan
schrik je. Dat het odeur van de tijd zo lelijk huishoudt.

Je mobieltje gaat over. Het zijn de angsten van Tante.
Vakanties geleden trokken ze aan een kleurenvlieger
in Oostende. Sombere zee, vis en geur van regen, 
geheugen dat wist met piepende ruitenwissers.

Nog steeds die rinkels. Schilderijtje achter haar naam. 
Het is een Spilliaert, op zijn dijk van melancholie.
Trotseert de koude wind. Voelt een naakt verlangen
naar de grenzen van de leegte. Daar schuilt haar blik.

Ben je thuis, Tante? Je kocht garnalen op de Trap.
Kleine handjes begroeven zich in oude rimpels.
De zon kwam piepen, je zout Oostends rook vers
en je strand was zonder wind. 

Vertelt de voicemail
van een herinnering, 
bij de afslag 
naar het vergeten.