zaterdag 18 juli 2015


Tranen laten vermoeide sporen na
in ogen verblind door helle zomerzon.
Ik hoor mijn lippen klagen
en daar beweegt de haven, in een vertroebelde blik,
terwijl je troetelnaampjes van kleur veranderen.
Het is als zwijgen met woorden:
bij elk punt staat een zoen, een wapperende vlag
bij aankomst. Maar liefde weet zo goed als niets
over de serotonine van dit geluk.

Soms decoreer ik 's avonds,
schrijvend wat niemand lezen zal,
de sterrenhemel met wat parels
van mijn uitgestelde eenzaamheid.

zaterdag 11 juli 2015

Esse est percipi


Toen ik wakker werd, 
vond ik dezelfde wereld weer
die ik gisteravond verlaten had. 

Mijn vijf zintuigen deden hun best 
om te doen waarvoor ze geboren waren. 
Ik was omringd door geur en beeld, 
fantomen ook en wiskunde. Overal, ja echt: 
een paar triljoen atomen die spiegel heten, 
en blijven waar ze zijn. Tenminste, 
dat hoop ik maar: mijn gezicht erin 
is weer een beetje ouder. 

Tijd huist hier ook wel ergens, 
het moet vast onder mijn bed zijn, 
in een stofwolk van dromen.

Toch was mijn slaapkamer geen haar veranderd, 
en ook de kam lag behoorlijk op zijn plaats 
in een uitnodigende badkamer die ik kende, 
in een vijandige wereld zonder toekomst. 
Daarover vertelde de nieuwslezer, mijn collega,
alsof hij naast me zat, terwijl het zeker leek 
alsof ik alleen was, zoals iedereen die hallucineert 
wanneer de techniek er plots bij komt. 

Houd je goed vast, dacht ik, 
dadelijk gaan we naar beneden. 
Naar de voordeur met haar magie van brieven 

en liefjes die nooit komen, of ik zou het niet merken.
Als je er vijftien passeert, ben je bij de vaste bus. 
Er zal wat tijd verstrijken, als die bestaat, 
en anders zal ze zo lang als nodig stilstaan, 
voor een verkeerslicht dat iets wil regelen. 
Het lijkt op een stroom van atomen. 
Maar weet je, die trillen alleen. 
En hebben verder geen idee.

maandag 6 juli 2015

Redding na het nieuws



Wat zei je, zit je zonder cash? 
Nu al? En de maand is net 
begonnen. Net zoals het nieuws.
Wacht, ik bel je terug, het zal eerst
van kwaad naar erger gaan.

Ze peroreren weer over de Euro. 
En over banken die gaan sluiten. 
Daar staat hun man al, live 
op de Acropolis, blakend in de hitte.
Zijn meltdown wordt onvermijdelijk. 

Ik word ziek van zoveel zee en wind. 
Weet je nog toen we Piraeus verlieten
in een storm, tussen Odysseus en Elpenor, 
varkens gevangen in een mensenlichaam? 
Twee ruïnes van verlangen, hopeloos op drift.

Arme colonnade: Europa moet gered worden,
maar eerst een zuil van Griekse economie.
Twee miljoen toeristen, waren wij daarbij?
De kosten zullen enorm zijn, zegt hij, 
wanneer het mislukt, voor iedereen.  

De goden van het Parthenon dansen
vanavond onder hun kronen. De geschiedenis 
die Griekenland best aankan, is onzichtbaar. 
Ze verstopt zich achter leugens en uitvluchten, 
bloemen in een rots die ooit kapiteel was.

Zeg me hoe ik je kan helpen.
Laat je zorgen glijden door de cannelures
van mijn liefde. Ik zwijg als jouw tempel.
Mijn ATM blijft dag en nacht open.
Onbetaalbaar is wat blijven moet.

donderdag 2 juli 2015

Een commentaar van Chris Spatz voor boekhandel 'De Groene Waterman', Wolstraat 7, 2000 Antwerpen


Bidden om verboden vruchten
Bart Stouten


Eerste zin: Kaius belde voor de eerste keer in zijn leven naar zijn eigen antwoordapparaat. 


Bid je om verboden vruchten wanneer je op zoek bent naar jezelf? Is dat het ultieme verlangen van ons allemaal? Brengt dat verlangen ons dichter bij de kern van een leven waarvan we proberen te genieten? Kaius, de protagonist in het boek Bidden om verboden vruchten vraagt het zich luidop af nadat zijn vriendin deze woorden met een vanzelfsprekend gemak had uitgesproken.
Het verhaal volgt de achtjarige Kaius van 1964 tot aan zijn prille volwassenheid. Het speelt zich grotendeels af in de Limburgse fruitstreek vanwaar Bart Stouten afkomstig is. Kaius neigt eerder naar zijn diepgelovige grootmoeder dan naar zijn atheïstische moeder, wat voor een tweespalt zorgt in de geest van het kind. God wordt als het ware een verboden vrucht. Hij zoekt die dan via een omweg, via Bach, de snelweg naar God. De auteur vertelt vanuit het standpunt van de jonge Kaius (vooral in de dialogen) afgewisseld met reflecties op zijn jeugdjaren die toen al doordrongen waren van muzikaliteit, kennisdrang en spiritualiteit. Een jonge gast die de Franse filosoof Bergson onder zijn hoofdkussen heeft liggen, Darwin als speelkameraad heeft en door tante Jozefina ingewijd wordt in de mysteries van het bestaan, zou bijna wensen dat hij gewoonweg eens 'belleketrek' of ander kattenkwaad zou uitsteken. Bijwijlen is de diepgang die de jonge knaap wordt toegedicht bijna onaards. Ook Proust komt meermaals om de hoek kijken, vooral wanneer de volwassen Kaius reflecteert naar gebeurtenissen die in zijn geheugen staan gegrift. Zoals wanneer hij in Zwitserland, waar hij verblijft omwille van zijn astma, een ontmoeting heeft met een jonge Japanner die op zijn gitaar een fuga van Bach speelt. En in Ecuador wanneer hij ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt, alsook zijn reizen naar Japan en een verblijf in een Bretoens klooster. De auteur gebruikt de hij-vorm, wat hem een grotere vrijheid biedt om zijn fantasie te lenen aan de werkelijkheid. In deze autobiografische fictie schenkt dit hem een vrijgeleide om doorheen de werkelijkheid, die vaak de fictie overtreft, subtiele toetsen te weven die het verhaal een vlotte doorstroming geven. De ontluikende seksualiteit van Kaius, die de Griekse beginselen is toegedaan, en zijn vrienden Anna, André en Duivel danst suggestief omsluierd doorheen de zinnen. 

Na Kersen eten om middernacht blijft Bart Stouten poëtische en meanderende zinnen- waarna je even naar adem moet happen - koppelen aan uitweidingen over muziek en dans. Ook nu neemt hij de lezer mee in zijn muzikale beschouwingen en verrijkende gedachtewereld. Na elk hoofdstuk volgt een cursief extraatje waarin Kaius, maar ook de lezer, de kans krijgt om even een partituur binnen te dringen waar enkele bladzijden lang Muziek als protagonist wordt opgevoerd als ode aan de liefde. Wie de zachter, poëtische radiostem van Bart Stouten kent, wordt bij het lezen van sommige passages, in zijn hoofd begeleid door die stem. Ik betrapte me er op dat ik soms luidop las en dat ik daarbij automatisch zijn intonaties probeerde te laten weerklinken. 
Het einde ontlokte me een zuchtje.... net zoals de auteur zich had gewenst.


Chris Rachel Spatz - juli 2015