donderdag 2 juli 2015

Een commentaar van Chris Spatz voor boekhandel 'De Groene Waterman', Wolstraat 7, 2000 Antwerpen


Bidden om verboden vruchten
Bart Stouten


Eerste zin: Kaius belde voor de eerste keer in zijn leven naar zijn eigen antwoordapparaat. 


Bid je om verboden vruchten wanneer je op zoek bent naar jezelf? Is dat het ultieme verlangen van ons allemaal? Brengt dat verlangen ons dichter bij de kern van een leven waarvan we proberen te genieten? Kaius, de protagonist in het boek Bidden om verboden vruchten vraagt het zich luidop af nadat zijn vriendin deze woorden met een vanzelfsprekend gemak had uitgesproken.
Het verhaal volgt de achtjarige Kaius van 1964 tot aan zijn prille volwassenheid. Het speelt zich grotendeels af in de Limburgse fruitstreek vanwaar Bart Stouten afkomstig is. Kaius neigt eerder naar zijn diepgelovige grootmoeder dan naar zijn atheïstische moeder, wat voor een tweespalt zorgt in de geest van het kind. God wordt als het ware een verboden vrucht. Hij zoekt die dan via een omweg, via Bach, de snelweg naar God. De auteur vertelt vanuit het standpunt van de jonge Kaius (vooral in de dialogen) afgewisseld met reflecties op zijn jeugdjaren die toen al doordrongen waren van muzikaliteit, kennisdrang en spiritualiteit. Een jonge gast die de Franse filosoof Bergson onder zijn hoofdkussen heeft liggen, Darwin als speelkameraad heeft en door tante Jozefina ingewijd wordt in de mysteries van het bestaan, zou bijna wensen dat hij gewoonweg eens 'belleketrek' of ander kattenkwaad zou uitsteken. Bijwijlen is de diepgang die de jonge knaap wordt toegedicht bijna onaards. Ook Proust komt meermaals om de hoek kijken, vooral wanneer de volwassen Kaius reflecteert naar gebeurtenissen die in zijn geheugen staan gegrift. Zoals wanneer hij in Zwitserland, waar hij verblijft omwille van zijn astma, een ontmoeting heeft met een jonge Japanner die op zijn gitaar een fuga van Bach speelt. En in Ecuador wanneer hij ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt, alsook zijn reizen naar Japan en een verblijf in een Bretoens klooster. De auteur gebruikt de hij-vorm, wat hem een grotere vrijheid biedt om zijn fantasie te lenen aan de werkelijkheid. In deze autobiografische fictie schenkt dit hem een vrijgeleide om doorheen de werkelijkheid, die vaak de fictie overtreft, subtiele toetsen te weven die het verhaal een vlotte doorstroming geven. De ontluikende seksualiteit van Kaius, die de Griekse beginselen is toegedaan, en zijn vrienden Anna, André en Duivel danst suggestief omsluierd doorheen de zinnen. 

Na Kersen eten om middernacht blijft Bart Stouten poëtische en meanderende zinnen- waarna je even naar adem moet happen - koppelen aan uitweidingen over muziek en dans. Ook nu neemt hij de lezer mee in zijn muzikale beschouwingen en verrijkende gedachtewereld. Na elk hoofdstuk volgt een cursief extraatje waarin Kaius, maar ook de lezer, de kans krijgt om even een partituur binnen te dringen waar enkele bladzijden lang Muziek als protagonist wordt opgevoerd als ode aan de liefde. Wie de zachter, poëtische radiostem van Bart Stouten kent, wordt bij het lezen van sommige passages, in zijn hoofd begeleid door die stem. Ik betrapte me er op dat ik soms luidop las en dat ik daarbij automatisch zijn intonaties probeerde te laten weerklinken. 
Het einde ontlokte me een zuchtje.... net zoals de auteur zich had gewenst.


Chris Rachel Spatz - juli 2015