zaterdag 11 juli 2015

Esse est percipi


Toen ik wakker werd, 
vond ik dezelfde wereld weer
die ik gisteravond verlaten had. 

Mijn vijf zintuigen deden hun best 
om te doen waarvoor ze geboren waren. 
Ik was omringd door geur en beeld, 
fantomen ook en wiskunde. Overal, ja echt: 
een paar triljoen atomen die spiegel heten, 
en blijven waar ze zijn. Tenminste, 
dat hoop ik maar: mijn gezicht erin 
is weer een beetje ouder. 

Tijd huist hier ook wel ergens, 
het moet vast onder mijn bed zijn, 
in een stofwolk van dromen.

Toch was mijn slaapkamer geen haar veranderd, 
en ook de kam lag behoorlijk op zijn plaats 
in een uitnodigende badkamer die ik kende, 
in een vijandige wereld zonder toekomst. 
Daarover vertelde de nieuwslezer, mijn collega,
alsof hij naast me zat, terwijl het zeker leek 
alsof ik alleen was, zoals iedereen die hallucineert 
wanneer de techniek er plots bij komt. 

Houd je goed vast, dacht ik, 
dadelijk gaan we naar beneden. 
Naar de voordeur met haar magie van brieven 

en liefjes die nooit komen, of ik zou het niet merken.
Als je er vijftien passeert, ben je bij de vaste bus. 
Er zal wat tijd verstrijken, als die bestaat, 
en anders zal ze zo lang als nodig stilstaan, 
voor een verkeerslicht dat iets wil regelen. 
Het lijkt op een stroom van atomen. 
Maar weet je, die trillen alleen. 
En hebben verder geen idee.