woensdag 4 november 2015


Soms, wanneer de avond nader treedt, 
dans ik als een zwaluw tussen raven 
in een lucht van olieverf en terpentijn. 
Net film: ik schilder om een hoge wereld, 
smartelijke medley van krijsende wolken,
open te breken. Ik word de gemene schurk 
in een doek met de allure van een western
en vlieg met taal vervaarlijk bij de grond.

Het onbekende onweer komt slapen 
als een cowboy met hinnikend paard 
en schaduwvlakken bij mijn zwiepdeur. 
Een provinciaal bestaan slipt stiekem weg 
maar de modder wil toch blijven, spatjes 
op papaverwoorden in de inspiratiewind. 
Poëzie is een ooievaar op dit stortterrein. 
Niet vegen: het lege landschap wil vluchten 

onder de zegen van de regen.