vrijdag 4 december 2015



Ik weet niet waarom woorden zwijgen
wanneer ik te zeer naar ze verlang. 
Ze horen me als een trekpaard hijgen
op mijn akker, en dat maakt me bang.

Soms voelen ze er niets voor om te rijmen
en gooien lukraak een betekenis in mijn gezicht.
Ik verkruimel mijn grond, ploeg door geheimen
maar weet zeker: dit wordt nooit een gedicht.

Tot een vuurrode zon aan de horizon verschijnt
en mijn naam roept, in de gekende toonaard,
zo zangerig, als werd er muziek doorgeseind.
De voren worden notenbalk, een sleutel waard.

Ik luister en werk verder, het donker tegemoet.
Dromen lichten op, hun neon maakt me blind.
De wereld zingt haar begeren vol deemoed
en dat koelt mijn angst, maakt taal blij gezind.