woensdag 21 december 2016

Honden huilen naar de maan, 
slapeloze componisten bezingen ze. 

Ik zwijg naar de maan, en de maan 
vindt dat zo grappig, dat ze lachend 
terug trilt naar me, alsof ze uitschoof 
en in het water viel. 

Ik houd van de maan rond Kerstmis, 
de koude Kerstmissen, ongekroonde 
missen in een miss-universe, 
behangen met een collier 
van diamanten sterren, 

sterren die weten 
dat ik me eenzaam voel, 

eenzaam als een huilende hond.

dinsdag 6 december 2016

Recepties vroeger en nu

Zie ons in kostuum 
van toastje naar toastje meanderen,
mensen kijken 
alsof we van planeet veranderen.

Onze blik wordt atmosferisch 
verstoord bij ’t jengelen,
in een hogedrukgebied, 
van flirtende engelen.

Het moet de kaviaar zijn 
die wordt rondgedeeld
wanneer iets grijpbaar lekkers 
in de diepte zeelt.

Vroeger zwegen de ouderen 
over zichzelf 
tijdens recepties met das, 
diamant en hoed op de schelf. 

Tegenwoordig doen dikke buiken 
die politiek bedrijven
het hier en nu geweld aan, 
alsof ware gevoelens uitblijven.

Je kan er donder op zeggen 
dat ik vlak voor de cava
uitbarst in mijn studententijd, 
die krater met lava

als hoorde ik stil in mezelf 
een hufter roepen:
’voor heel de bar een pint!’ 
Woorden om te snoepen,

maar ik zwijg. Ik zwijg 
zoals de wereld daarbuiten,
die verder ploegt 

terwijl de kinderen muiten.

vrijdag 25 november 2016

Als je wasrek volhangt
heeft het leven zich uitgesloofd
om bij je te zijn, lentegeur
na nachtelijk avontuur, 
aaibaar voor je neus

Als je sms-berichten uitpuilen
met levensbedreigende vragen
in een vriendelijke gedaante,
foutloze weergave van de hel
waar illusies zullen branden

Als de haven voor je neus
‘zie me hier druk zijn’ toetert
en rinkelend bruggen ophaalt, 
om je wat langer te zien wachten
in de kou van je geeuwen

Sluit het raam dan, 
zet je mobieltje op smachtend trillen
en haal die erotiek van de draad.
Eet een verboden appel, vaar weg
en word wakker. Dit alles ben jij:


slecht herkend water aan de lippen.

vrijdag 11 november 2016

Te weten dat er in de straat waar ik woon,
verlaten op wat knipperend neon na,

een boek is dat gesloten op me wacht, 
helemaal aan het einde van mijn wandeling

voorbij het suizend kermen van de lift
en het geniepig piepen van de klink,

dat is mijn grootste troost om bij je te zijn,
personage van mijn dromen. 

Woorden gaan open als valschermen,
alsof het oorlog is, en jij ligt te bloeden 

op een pagina nog heel ver van het einde.
Ik kom net op tijd binnen om je te redden

en lees verder in je gevallen leven.

De avond is te jong om nu al te sneven.

maandag 7 november 2016

Er is altijd iets mis 
met zomerdagen. Ofwel 
verlangen ze mijn luiheid. 
Of hitte. Of plagen me 
met meeuwen en wind. Of ik vind 
dat ze te snel voorbij gaan. 
Vooral wanneer ze perfect zijn.

Winterdagen, echter, 
zijn een schot in de roos. 
Van de bloem blijft 
niets meer heel. 
Ze is geknakt, haar blaadjes 
zijn in de goot gegleden 
en waar eens een geur hing, 
heerst nu herinnering, 
verijdeld, aan hoop 
dat ons samenvallen duren zou. 
Onder de eerste sneeuw 
slapen de schimmen 
van de wereld. Daarboven
zweven de meeuwen.

Er is nooit iets mis 
met jou. 
Je bent volmaakt eeuwig, 
twinkelend in de nacht, 
zolang ik adem 
onder de blote hemel 
van mijn verbeelding. 
Je bent de wind van de kosmos 
die ik niet voel, koud als melk 
in de lente, een opengevallen 
bolster in de herfst. 
Waarop ik uitglijden zal.
Terwijl elders de meeuwen
om aandacht krijsen.

Je bent mijn ster, 
lichtjaren voorbij de woorden 
waarmee ik het moet doen, 
zonder ze ooit te lezen.
Omdat de getijden
hen weer wissen gaan.
Golf na golf 

van weerwerk door de stilte.

donderdag 3 november 2016

de meest vreemde eend
in de bijt van deze rust
ben jij
een akelige adem in mijn nek
doorleefd tot aan de grens van het horen
ben jij


de enige die zich niet meer roert
wanneer ik kibbel
met mijn leugens van gedachten
ben jij

als de luchtbel
ben jij
die speelt in een waterpas
wanneer ik mijn weerbaarheid verlies

jij
die alle christelijke manieren kent
om een stoute droom waar te maken
wanneer ik in mijn leegte staar
naar de schemerzone van je liefde

donderdag 27 oktober 2016


Op een nacht met helverlichte kraan
kijk ik naar een daad van oud begeren:
liefdes mooiste tijd rijgt dagen aaneen
op vergeelde foto’s uit de jaren tachtig.

Allemachtig, wat is ze naïef en gemeen
in al haar suggestieve onschuld: de prachtig
vormgegeven tederheid van het poseren.
Zal ik mijn ogen sluiten voor haar ijdele waan?

Dromen komen te laat, mijn hoop heeft afgedaan.
Anderen namen mijn liefde stiekem in bruikleen.
Nu is er de haven. In bed vaart naakt ontberen

dat niet wil inslapen, koppig en neerslachtig.

woensdag 19 oktober 2016

ik heb iets gezien 
in jou, in jouw ogen
wat je nog niet wist 
over jezelf, jij
die je slechts kende
in je onvermogen,
zo bang bovendien

dat is de reden
waarom ik onverwacht 
kon houden van jou
en jij dan plots
kon schrikken daarvan

want jij, ja jij alleen,
mijn blinde vagebond,
die je duistere zelf 
zo doodgewoon vond,
begreep geen ene moer
waarom ik jou dan toch

als heel bijzonder ervoer

zaterdag 8 oktober 2016

WACHTKAMER MET TROJKA


Je trage stap. In de wachtzaal van de dokter
is het donker, maar als je dat zou willen
kun je er van de vloer eten, merkt iemand op
die vaak bezig is met zulke dingen.
Jarenlang, zegt ze, schim onder een hoed. 

Vlak voor je een doek met dokter Zhivago 
die in een trojka door de sneeuwstorm raast
samen met zijn prille liefde. De paarden
vertrappelen een ideaal. Je gezondheid
begrijpt die vlucht naar eeuwige jeugd.

En nu maar wachten, bang, op symptomen 
die je onverhoeds hierheen hebben gevoerd. 
Waar zijn ze toch, vraag je je af, koud en stil,
in dit oord waar iedereen zieker wil zijn
dan de ander, op de ene stoel die vrij blijft. 

De eikenhouten deur staat uitnodigend open
en toont de gang, een commode met kooi
om uit weg te vliegen, als uit de ziekte 
van een bestaan dat veel te eng is vandaag.
De vogel zit op een tak, daarginds in het raam.  

Boven de commode hangt weer een ander doek.
Het toont een wolkenloos landschap, te mooi
om waar te zijn. Precies diezelfde tak, 
dezelfde genezing, bij het verlaten van alle pijn. 
In de verte: een stem — verlost: ‘dank u, dokter.’


vrijdag 23 september 2016

Sterven is toch wel het laatste.
We willen het eenvoudig niet weten.
Sterven zonder dat iemand erbij is.
Met stilgevallen woorden.

Het gaat de ene dag wat langzamer
dan de andere, dat sterven.
De dood is een harmonica
vol wispelturige akkoorden.

Meer dan ooit leeft mama. Hier en nu.
Wanneer ik bij haar ben. Alleen.
Samen met haar wacht. Wij beiden.
Alle tijd neem om bij elkaar te zijn.

Hopen is fluisteren: dit donker is mooi.
Hopen dat er zonnige dagen komen
die dieper eindigen in het verleden.
Geen mistige schijn van een refrein.
Geen matte afglans van oude gebeden.
Maar in verblindend licht trillende bomen 

die rechtstaan voor een krachtig pleidooi.

zaterdag 10 september 2016

Geluk is een grillig wezen,
dat niet opdaagt
wanneer je het verwacht 
en toch ook weer wél 
wanneer niets in je
de komst ervan verbeid had. 
Geluk is geen gedicht,
maar soms heb je toch wel
geluk, zonder dat je het wil.

vrijdag 9 september 2016


gezegend de bacteriën en illusies
die me van pas komen op dit papier
het ruikt naar olifanten
op weg naar een bad
dat langzaam opdroogt in de tijd

hoe zou ik ooit liegen bij jou
die mijn leven tot een geschenk maakt
van blind vertrouwen, veel meer
dan je zal toegeven? lees hoe ik
de vliegende kleuren in je ogen benijd

die zien hoe ik zestig word, gestrand
met zicht op het ondoordringbare woud
waar tien geheimen schuilen 
voor de giftige slangen rondom mij, 
het zijn de genen van een oude angst

in het laatste licht van de dag
walst de shiraz van je fantasie
in mijn mond. ik herinner me de dagen
toen je de wereld kwam proeven 
in mijn keuken, in open lucht:

we reden samen door het Krügerpark
dat een speeltuin van verzen werd 
en later een verdorven Eden
met de gebleven belofte 

van een groot design

woensdag 31 augustus 2016

Een engel is aangekomen in mijn straat.
Mijn ezel staat al klaar om alles te zien
wat de geschrokken stoep wil openbaren.
Ik loop als Jozef naar de overkant,
mensen staan te wachten op woorden.

Zal ik mijn uitgepakte verzen opdragen
aan een bijziende bange buurman, 
leraar berucht om zijn onbuigzaamheid
voor erfgenamen en nakomelingen.
Zie ze hoog opkijken naar hem,

naar een schedel badend in de weeë lucht 
van de schemer voor de eerste schoolbel,
een klas van kinderen voorbij de vakantie.
Hoe Meester in late zon een parkeergeschil
met moorddadig gebaar heeft opgelost

terwijl zijn vrouw naast hem, sliertig haar
doordrongen van bedeesde sterfelijkheid, 
met gegroefd gezicht tot stilte maant, 
alleen maar omdat er wordt uitgestapt
zoals Maria in Bethlehem, met hoofddoek

glijdend over een koperkleurig gelaat
boven haar baby waar Florentijnse schilders
een slimme jongen in zien, maar mijn buur
alweer een leerling die Cupido wil zijn.
Parkeren is hier verboden, geboren worden

mag het ukkie doen waar het zelf weer wil.
Als het in haar liefde is, vindt hij het goed. 
De stilte weet meer. Knikt als de Moeder
die dadelijk vertrekken gaat, naar een huis

tussen redding en ondergang: mijn gedicht.

zaterdag 27 augustus 2016

De avond ging geilig onder 
in het maangeel van Pernod. 
Tot mijn verbazing viel ik in slaap. 
Werd wakker, zoals wel vaker,
op het terras van achtergebleven hoop. 
Het was een bonus 
die me hormonen had doen zuipen. 

Liefde is een fratsenmaker 
en laat je alleen achter, 
als een rat bij lege flessen 

in een depot.

donderdag 11 augustus 2016

De augustusavond doet denken 
aan een volle wasdraad in de regen.
En niemand om mijn afspraak na te komen.
Alle trams staan stil in spiegelende stromen.
‘Ijs met verbleekte Pernod, ober!’ Met die zegen
zal ik het lome failliet van mijn dag inschenken.

Ik verbaas mezelf met een koude vlaag 
van glimmende terrasjes met pullover
en bibberende atleten in Rio. Het fluitje
van een cent is hun duik: een ruitje
dat groen kleurt door alle nijd van de rover

van dit verlies: de zomer, een stalkende plaag.

zaterdag 6 augustus 2016

I am the master
of the universe
klinkt het op de autoradio.
Gisteren een druppel zaad,

morgen een hoopje as.
Met iedereen alleen.
In de file.
In een wereld
die ik nooit gewild heb.
Waar ik opdraaf
voor de verveling van goden,
buiten het bereik
van de lichtjaren.

zaterdag 30 juli 2016

Heb lief wie je wil

Je kan de zon niet opblazen,
een bloem bewaren tot je sterft. 
Geen helden zijn de angsthazen
die haat in je hart hebben gekerfd.

Op goede voet staan met je vijand
kun je niet. Er is geen liefde zo groot.
De duivel veranderen in een heiland,
al zou je ’t willen, hij breekt geen brood.

Wees daarom mals en lief voor jezelf.
Voel geen schuld bij het sluiten van de deur.
De kerk draagt eeuwen in een kruisgewelf

Maar kent de noden van de kleinste scheur.

zaterdag 23 juli 2016

Komma

ga nu maar zonnen, komma
in dit woud van woorden
waar je een lege plek was — 
voor ik ter wereld kwam
in de geheime betekenis
van jouw hier en nu

laat me rusten in een krul
die ruikt naar opgerold verdriet
tussen winters ontluiken en zomerse kou —
in je gras lustte ik de liefde rauw
tot bij de komst van een vers dat liggen bleef
in stil negeren, te wit voor dit papier

daar ben je weer, ik had je bijna niet gezien,
mijn leesteken dat Adem afremt
voor geile illusie van retorische erotiek —
je schudt het plakkerig verlangen van me af
en noemt me dan, schaamteloos dissonant,

een oude troubadour die liefdeloos verzandt

vrijdag 15 juli 2016

Nice, 14 juillet

Na een avond met het aangeraakt wonder
van langoesten die nog leven op je bord,
kan zaligheid onderweg zijn naar overal,

zo was het al tijden, maar wie denkt ooit 
aan de goed gecalculeerde afrekening 
van een massamoord op de promenade

die je in je mooiste kiekjes hebt ingelijst?
Aan zwemmen om je hachje te redden 
in een bad met karmozijnrood bloed? 

Er zijn geen woorden voor de ondergang
van kuierende onschuld. Zelfs oude sterren 
verstoppen zich achter de wolken. Dit hart

slaat een slag over en vraagt aan zijn ogen
wat ze hebben gevoeld. Ze zijn als scharen

in de waterwereld van een verborgen waanzin.

zaterdag 2 juli 2016

Er zijn zo van die dagen
dan verlies zich niet benoemen laat
maar als een verdwaalde paus
door donkere straten waart

het is als een vulkaan 
die niet in verzen wil uitbarsten
maar prozaïsch wat toeristen ontvangt
in de afgedreunde zinnen van een gids

je herkent geen bange hoop meer 
dat er rode kaarten worden uitgedeeld
je verrader staat op het veld
en kwelt je met de score van je ongeluk

zink niet weg, hart van mij,
blijf jubelen in je verborgen agenda
en zoek de nieuwe woorden op

waarin niemand je toekomst herkent

zaterdag 25 juni 2016

de tijd is teruggekeerd 
van koesteren wie we zijn 
op het eerste gezicht
van ons verontrust ‘hallo’ 

we blijven op zoek naar elkaar
met een verborgen agenda
maar vinden hem nergens
in de blinde zon van elkaars wil

kom, laten we een glas heffen 
op de sterren achter de maan:
daar begint een concert  
waar we niet bij kunnen zijn

beetje bij beetje 
knopen we de mantel los
van wie we zijn — naakt:
daar verlaten treurige fouten 
hun graven in een relatie  

die voor ons beiden is

zondag 19 juni 2016

Rusthuis

Wanneer een hoopje as blijft liggen
op de bodem van een eenzaam bestaan,
zaai daar een bloempje en geef het een naam.
Denk aan je eigen leven, ooit vergeten puin.
En rijd naar je moeder. Ze wacht in het rusthuis.

Zeg haar dat je liefde wil wanneer je dood bent.
Net zoals zij. En vertel over de geboren baby 
van de buren, hij komt morgen al naar huis.
Omarm haar lichaam dat je nodig heeft.
Laat het oude licht stralen in haar wakkere ogen.

Herinner je straks in bed de weggegleden bomen 
tijdens je doldrieste rit door de avondregen,
hoe je haar streelde, naar haar glimlachen bleef,
omdat ze de weg weer kwijt was door je verleden.
Sluit de gordijnen. En laat je orchidee kwijnen


om je auto, die buiten een druppel verloor.

woensdag 18 mei 2016


als een boom me iets vertelt
is het dat ik faal wanneer ik opvlieg
lieg wanneer ik je ken
en kalm blijf wanneer ik dichter kom
bij je geheim

als een levendige droom van groen
me zacht doet slapen
wordt mijn liefde sterker voor jou
hoger en duizelingwekkend intiem
in het geheugen van de nacht

Ik ben een vogel 
die alle verliefden heeft gezien 
elke geschiedenis van tranen 
met vleugelgeruis doorkliefd
wanneer ik fluit hoeveel ik van je hou

het is nooit uit tussen ons
de wereld is een wonder dat wiegt
in de wind, er siddert een kruid 
van wellust met kleur noch diepte,

peilloos leven dat op en neer zwiepte 

dinsdag 17 mei 2016

In de trein
zit een dromer
moe te zijn.
Zijn slaap een alibi
dat op hem wacht. ...

Mobieltje met dageraad
voor zijn bericht
van gisteren
naar haar.
Hij rijdt met haar
en ook in bed
rijdt hij met haar
in zijn droom,
perpetuum mobile,
als in een trein,
zijn alibi
om blij te zijn,
tot aan het volgende
signaal met belletjes
en rode lippen,
in de regen,
in de trein
zit een dromer
te slapen
en blij te zijn.

woensdag 27 april 2016

uit de buik van je moeder
werd de wereld geboren,
niet uit een bloemkool
die de nacht heeft doorgebracht
in de moestuin van mijn hoofd 

je geboorteregister is een prehistorie
van naakte namen die als amfibieën
op het land kropen, ik aaide ze nog
tussen de hoeren van de Galapagos
die op kale rotsen lagen te zonnen

hier hark ik voor jou mijn liefde bijeen
krakende sterren tussen het gruis 
van schelpen waar het onkruid
van mijn angst nooit doorheen komt 
wanneer je naast me loopt

ik vroeg je waar ze vandaan komen
de beloften van je zoute zoenen
je zei dat je droomde van getijden 
die de maan doen wassen 

op de pyama van je verleden

donderdag 7 april 2016

ik zoek oma, daarboven, 
in de verklonterde oorlogsjaren 
tussen haar rimpels
in het archief van haar verleden
zoek ik haar, waar mijn herinnering 
is uitgeleend 

en de wind, op weg naar huis, 
ons ruw behandelde met het gedruis 
van regen en bliksem, lege kogelhulzen 
van verdriet om een voorbije dag
tussen tinnen soldaten voor het raam
dat uitkeek op haar zee 

ik zoek oma, in afwachting 
van het ijsje dat mijn zin 
om te mopperen zou verdrijven
in Petit Paris, waar ik bedremmeld
met mijn beertje draai: zie me zwaaien
tussen de slagroom in dit tafereeltje 

nu oma met een deur in haar ene hand 
en een thee in haar andere beeft 
daar op de overloop, glurend naar de jongen 
in sjofele pyjama, bang voor haar liefdesdonder 
en dat het weer oorlog wordt op de trap, 

omdat hij niet slapen wil

vrijdag 1 april 2016

Lente

Een moslim ontmoet een christen 
en toch is het meer dan dat:
twee brandende harten
en een fonkeling van licht.

De jongen weet voor het meisje:
wie God in de mond gelegd krijgt
verstart in een dode taal
voor verboden boeken.

Het meisje droomt van de jongen:
wie knielt voor tronende liefde
vindt in haar zijn geliefde wederhelft,
nieuw en geurig, net blozende lente.

De werkelijkheid kampt met zwijgen.
Genade is veelkleurig, een park
dat de winterstilte achter zich laat
en uitkijkt naar snaterende eenden.

Ze blijven nog even, de twijfel
neemt alle tijd van de wereld.
Dan glimlachen ze naar elkaar.

Plots komt hun liefde van elders.

zaterdag 26 maart 2016

Ingecheckt voor een droom

Mijn hele rijkdom bestaat uit wit gestreken linnen:
goed ingepakte kinderjaren die blijven wegen
in de bagage die ik voor haar neus drop.

ik speel cowboy in de lounge van het luxe-hotel
en verover haar glimlach met een digitale voucher: 
de herinneringen van een chaotisch zwerversleven.

Wie ik ben, vraagt de receptioniste, en kijk:
vandaag ben ik een Texaspaard dat vurig wordt
wanneer het is ingezadeld, keurig op tijd
om te verdwijnen in een lift, recht naar de hemel.

Ze gaf me de mooiste kamer van de nacht:
een manège met dravende nachtmerries.
Wanneer de sterren onder de horizon zakken, 
zinkend in haar, wordt mijn hoop onmetelijk diep.