vrijdag 22 januari 2016

O BOBBY, VERTEL ME

Ik probeer te vatten waarom winkels
samenhokken in een shopping centrum
waar de liefde zoek is. Alleen hangjongeren
voelen er zich thuis, verjaagd uit hun paradijs.

En wat een kind bedoelt wanneer het zegt
dat het naar huis wil, midden in het spel.
Omdat een vriendje maar pesten blijft
en de zon op haar retour is, de lucht koud.

Zal Kuifje zijn ballons zoeken in Uplace
nu alle stralende beloften zijn vervuld?
Als hij niets puntigs meer zeggen kan 
wanneer zijn mobieltje hem verrast 

met een vloekende zeebonk in de file?
Helaas. Duizend bommen en granaten later
staan ministers koppig stil in pueriele waan
dat we alsnog in Vilvoorde spenderen gaan.



zaterdag 16 januari 2016


Ik houd van film noir 
en de ouderwetse telefoons
die nog overgaan
om lichamen te verbinden
met hun opeenhoping
van ongelijke remmingen,
nare neuronen, goed geïsoleerd.

Hoe de hoorn naar een oor gaat,
er krassen komen in het beeld
van een geliefde, vibrerende indruk,
en het dan tijd wordt voor taal
met wenkbrauwen die fronsen,
lippen die zwijgen, aarzelingen
in een poging tot hese stem.

Het hoofd wendde zich voorover,
iemand zei hallo, je weet niet
wie het was, in de close-up
van je oververhitte ik 
bleef het toestel onderkoeld.
Je voelde een zachte aandrang
om te droedelen, zei maar niets.

Het laat zich niet goed uitspreken
naar wie je bent teruggebracht,
aarzelend in je morele corruptie.
Misschien bleef het maar beter
indirect gesuggereerd, en daarom
heb je ingehaakt, terwijl het toestel
in close-up is blijven steken.

zaterdag 9 januari 2016


Rik Torfs kent zijn tuig, snoert de keelriem
op Canvas. Hooggezeten snuift hij in galop. 
Ik zie verlichting falen door de sleutelgaten.
Gods plu's druipen zilver, 
maar water draagt een ziektekiem.

De pruiken en paarden zijn teruggekeerd
naar hun gouden eeuw, want het regent
revoluties en de wereld wordt donker:
hoe Syrië zich gewelddadig 
stiekem en doortrapt soms afficheert.

Ideeën, bijna zo kleurrijk als orchideeën
soppen in het water. Sidderend naderen we
ons hoogtepunt, als glimlachende dolfijnen.
Hoe een oude wereld draait 
en schreeuwt na liefdes nieuwe weeën.

zaterdag 2 januari 2016


Mijn liefde waarvoor ik zwijgen moet
is een weggesprongen genster
met meereizende nacht.

God is niet meer, opgegaan in rook,
raadsel van roet. Maar zijn pen
ademt, zacht.

Ik haal geheimen in
en leg een hand
op hun bange ogen.

Dood kan een huis vullen, een herinnering
aan later, het sterrengefonkel ontsteken
op een leven hier vandaan.