zaterdag 16 januari 2016


Ik houd van film noir 
en de ouderwetse telefoons
die nog overgaan
om lichamen te verbinden
met hun opeenhoping
van ongelijke remmingen,
nare neuronen, goed geïsoleerd.

Hoe de hoorn naar een oor gaat,
er krassen komen in het beeld
van een geliefde, vibrerende indruk,
en het dan tijd wordt voor taal
met wenkbrauwen die fronsen,
lippen die zwijgen, aarzelingen
in een poging tot hese stem.

Het hoofd wendde zich voorover,
iemand zei hallo, je weet niet
wie het was, in de close-up
van je oververhitte ik 
bleef het toestel onderkoeld.
Je voelde een zachte aandrang
om te droedelen, zei maar niets.

Het laat zich niet goed uitspreken
naar wie je bent teruggebracht,
aarzelend in je morele corruptie.
Misschien bleef het maar beter
indirect gesuggereerd, en daarom
heb je ingehaakt, terwijl het toestel
in close-up is blijven steken.