zondag 21 februari 2016

Teken mij uit, liefde, 
maak van mij een personage
dat zich met lust verzorgen laat 
in een dronken gedicht.

Houd me onverbloemd aanhankelijk,
als woorden die door koelheid kliefden,
geef me iets dichterlijk geheimzinnigs 
in mijn raadselachtige natuur.

Dan kan ik bij je blijven, als sintels in vuren,
in woorden die duren tot het eerste afstoten.
Zo zal ik kijken door mijn bewasemd glas, 
een lichaam aanbiddend dat ik tegen me voel.

Hoog boven alle verdenking van begerigheid 
zal ik je omarmen. Houd jij je ogen maar gesloten.
Geen nood om elkaar te vergeven, met een grimas,

dat we met anderen 
de liefde bedreven, 
in de wind, traag 
en koel.

vrijdag 5 februari 2016

raak aan me gewend, jij lieve onbekende
die nog geen plaats hebt in mijn leven
wen je aan mijn blik, die rust op jou
zonder het eerlijk toe te geven

draai je niet om, vlucht niet naar de toog
zoals een ober voor wuivende handen 
zoek een stoel voor de lyriek van mijn proloog
en laat je nieuwsgierig in mijn hoop belanden

er is zoveel dat we niet weten van elkaar
in deze levens die walsen tussen de woorden
heb heel even medelijden met alle ellende
achter een verlangen dat je nodeloos stoorde

en vier met mij ’t begin van dit dwaze wonder
dat ravot en rinkelrooit van glas naar glas
als knetterende bliksem zonder gedonder
ginds in de verte, waar ik ooit gelukkig was