vrijdag 5 februari 2016

raak aan me gewend, jij lieve onbekende
die nog geen plaats hebt in mijn leven
wen je aan mijn blik, die rust op jou
zonder het eerlijk toe te geven

draai je niet om, vlucht niet naar de toog
zoals een ober voor wuivende handen 
zoek een stoel voor de lyriek van mijn proloog
en laat je nieuwsgierig in mijn hoop belanden

er is zoveel dat we niet weten van elkaar
in deze levens die walsen tussen de woorden
heb heel even medelijden met alle ellende
achter een verlangen dat je nodeloos stoorde

en vier met mij ’t begin van dit dwaze wonder
dat ravot en rinkelrooit van glas naar glas
als knetterende bliksem zonder gedonder
ginds in de verte, waar ik ooit gelukkig was