woensdag 31 augustus 2016

Een engel is aangekomen in mijn straat.
Mijn ezel staat al klaar om alles te zien
wat de geschrokken stoep wil openbaren.
Ik loop als Jozef naar de overkant,
mensen staan te wachten op woorden.

Zal ik mijn uitgepakte verzen opdragen
aan een bijziende bange buurman, 
leraar berucht om zijn onbuigzaamheid
voor erfgenamen en nakomelingen.
Zie ze hoog opkijken naar hem,

naar een schedel badend in de weeë lucht 
van de schemer voor de eerste schoolbel,
een klas van kinderen voorbij de vakantie.
Hoe Meester in late zon een parkeergeschil
met moorddadig gebaar heeft opgelost

terwijl zijn vrouw naast hem, sliertig haar
doordrongen van bedeesde sterfelijkheid, 
met gegroefd gezicht tot stilte maant, 
alleen maar omdat er wordt uitgestapt
zoals Maria in Bethlehem, met hoofddoek

glijdend over een koperkleurig gelaat
boven haar baby waar Florentijnse schilders
een slimme jongen in zien, maar mijn buur
alweer een leerling die Cupido wil zijn.
Parkeren is hier verboden, geboren worden

mag het ukkie doen waar het zelf weer wil.
Als het in haar liefde is, vindt hij het goed. 
De stilte weet meer. Knikt als de Moeder
die dadelijk vertrekken gaat, naar een huis

tussen redding en ondergang: mijn gedicht.

zaterdag 27 augustus 2016

De avond ging geilig onder 
in het maangeel van Pernod. 
Tot mijn verbazing viel ik in slaap. 
Werd wakker, zoals wel vaker,
op het terras van achtergebleven hoop. 
Het was een bonus 
die me hormonen had doen zuipen. 

Liefde is een fratsenmaker 
en laat je alleen achter, 
als een rat bij lege flessen 

in een depot.

donderdag 11 augustus 2016

De augustusavond doet denken 
aan een volle wasdraad in de regen.
En niemand om mijn afspraak na te komen.
Alle trams staan stil in spiegelende stromen.
‘Ijs met verbleekte Pernod, ober!’ Met die zegen
zal ik het lome failliet van mijn dag inschenken.

Ik verbaas mezelf met een koude vlaag 
van glimmende terrasjes met pullover
en bibberende atleten in Rio. Het fluitje
van een cent is hun duik: een ruitje
dat groen kleurt door alle nijd van de rover

van dit verlies: de zomer, een stalkende plaag.

zaterdag 6 augustus 2016

I am the master
of the universe
klinkt het op de autoradio.
Gisteren een druppel zaad,

morgen een hoopje as.
Met iedereen alleen.
In de file.
In een wereld
die ik nooit gewild heb.
Waar ik opdraaf
voor de verveling van goden,
buiten het bereik
van de lichtjaren.