donderdag 27 oktober 2016


Op een nacht met helverlichte kraan
kijk ik naar een daad van oud begeren:
liefdes mooiste tijd rijgt dagen aaneen
op vergeelde foto’s uit de jaren tachtig.

Allemachtig, wat is ze naïef en gemeen
in al haar suggestieve onschuld: de prachtig
vormgegeven tederheid van het poseren.
Zal ik mijn ogen sluiten voor haar ijdele waan?

Dromen komen te laat, mijn hoop heeft afgedaan.
Anderen namen mijn liefde stiekem in bruikleen.
Nu is er de haven. In bed vaart naakt ontberen

dat niet wil inslapen, koppig en neerslachtig.