vrijdag 25 november 2016

Als je wasrek volhangt
heeft het leven zich uitgesloofd
om bij je te zijn, lentegeur
na nachtelijk avontuur, 
aaibaar voor je neus

Als je sms-berichten uitpuilen
met levensbedreigende vragen
in een vriendelijke gedaante,
foutloze weergave van de hel
waar illusies zullen branden

Als de haven voor je neus
‘zie me hier druk zijn’ toetert
en rinkelend bruggen ophaalt, 
om je wat langer te zien wachten
in de kou van je geeuwen

Sluit het raam dan, 
zet je mobieltje op smachtend trillen
en haal die erotiek van de draad.
Eet een verboden appel, vaar weg
en word wakker. Dit alles ben jij:


slecht herkend water aan de lippen.

vrijdag 11 november 2016

Te weten dat er in de straat waar ik woon,
verlaten op wat knipperend neon na,

een boek is dat gesloten op me wacht, 
helemaal aan het einde van mijn wandeling

voorbij het suizend kermen van de lift
en het geniepig piepen van de klink,

dat is mijn grootste troost om bij je te zijn,
personage van mijn dromen. 

Woorden gaan open als valschermen,
alsof het oorlog is, en jij ligt te bloeden 

op een pagina nog heel ver van het einde.
Ik kom net op tijd binnen om je te redden

en lees verder in je gevallen leven.

De avond is te jong om nu al te sneven.

maandag 7 november 2016

Er is altijd iets mis 
met zomerdagen. Ofwel 
verlangen ze mijn luiheid. 
Of hitte. Of plagen me 
met meeuwen en wind. Of ik vind 
dat ze te snel voorbij gaan. 
Vooral wanneer ze perfect zijn.

Winterdagen, echter, 
zijn een schot in de roos. 
Van de bloem blijft 
niets meer heel. 
Ze is geknakt, haar blaadjes 
zijn in de goot gegleden 
en waar eens een geur hing, 
heerst nu herinnering, 
verijdeld, aan hoop 
dat ons samenvallen duren zou. 
Onder de eerste sneeuw 
slapen de schimmen 
van de wereld. Daarboven
zweven de meeuwen.

Er is nooit iets mis 
met jou. 
Je bent volmaakt eeuwig, 
twinkelend in de nacht, 
zolang ik adem 
onder de blote hemel 
van mijn verbeelding. 
Je bent de wind van de kosmos 
die ik niet voel, koud als melk 
in de lente, een opengevallen 
bolster in de herfst. 
Waarop ik uitglijden zal.
Terwijl elders de meeuwen
om aandacht krijsen.

Je bent mijn ster, 
lichtjaren voorbij de woorden 
waarmee ik het moet doen, 
zonder ze ooit te lezen.
Omdat de getijden
hen weer wissen gaan.
Golf na golf 

van weerwerk door de stilte.

donderdag 3 november 2016

de meest vreemde eend
in de bijt van deze rust
ben jij
een akelige adem in mijn nek
doorleefd tot aan de grens van het horen
ben jij


de enige die zich niet meer roert
wanneer ik kibbel
met mijn leugens van gedachten
ben jij

als de luchtbel
ben jij
die speelt in een waterpas
wanneer ik mijn weerbaarheid verlies

jij
die alle christelijke manieren kent
om een stoute droom waar te maken
wanneer ik in mijn leegte staar
naar de schemerzone van je liefde