woensdag 21 december 2016

Honden huilen naar de maan, 
slapeloze componisten bezingen ze. 

Ik zwijg naar de maan, en de maan 
vindt dat zo grappig, dat ze lachend 
terug trilt naar me, alsof ze uitschoof 
en in het water viel. 

Ik houd van de maan rond Kerstmis, 
de koude Kerstmissen, ongekroonde 
missen in een miss-universe, 
behangen met een collier 
van diamanten sterren, 

sterren die weten 
dat ik me eenzaam voel, 

eenzaam als een huilende hond.

dinsdag 6 december 2016

Recepties vroeger en nu

Zie ons in kostuum 
van toastje naar toastje meanderen,
mensen kijken 
alsof we van planeet veranderen.

Onze blik wordt atmosferisch 
verstoord bij ’t jengelen,
in een hogedrukgebied, 
van flirtende engelen.

Het moet de kaviaar zijn 
die wordt rondgedeeld
wanneer iets grijpbaar lekkers 
in de diepte zeelt.

Vroeger zwegen de ouderen 
over zichzelf 
tijdens recepties met das, 
diamant en hoed op de schelf. 

Tegenwoordig doen dikke buiken 
die politiek bedrijven
het hier en nu geweld aan, 
alsof ware gevoelens uitblijven.

Je kan er donder op zeggen 
dat ik vlak voor de cava
uitbarst in mijn studententijd, 
die krater met lava

als hoorde ik stil in mezelf 
een hufter roepen:
’voor heel de bar een pint!’ 
Woorden om te snoepen,

maar ik zwijg. Ik zwijg 
zoals de wereld daarbuiten,
die verder ploegt 

terwijl de kinderen muiten.