woensdag 6 december 2017

Recensie 'Het Huilt voor Jou' in ZiZo

Recensie 'Het Huilt voor Jou' door Annelies Leysen

dinsdag 5 december 2017

ik zocht jouw ster
ik was ze even kwijt
achter de wolken
want het sneeuwt in je hart
en je gedachten bevriezen
bij de ader van de tijd
die je rest

toch vraag ik je:
zweer nooit in beroep te gaan
tegen de grillen van het leven
die het bouwwerk van je geluk 
op haar grondvesten doen beven

het hagelt in je hoofd
en je gevoelens schuiven uit
op het ijs van je geheugen
dat in de diepte gaat

toch bid ik voor jou:
poog nooit in woorden te vatten
wat de stilte je heeft aangedaan
de enige verslaggevers van deze ramp
zijn angsten — en sporen van een traan

ik brand voor jou mijn kaarsje: 
zoek de liefde achter het onheil
de warmte die bij je is, als zon
bij een dag in het exotisch land
waar je lichaam de winter vergeet

jouw leven is zoveel meer:
er komt geen einde — 
elke dag is het slot 
van een nieuw begin 
dat mij doet juichen
want zonder jouw ster
is de avondhemel verloren
wanneer de wolken zijn uitgeblust


zaterdag 25 november 2017


Op weg.
Door de avond.

Hoog boven de polder kan ik het 
niet helpen, maar blijf staan 
om naar een heilige tak te kijken, 
beneden in de schemering 
die voorzichtig trilt, zwak 
en kleurloos als een oude kerk 
in late zomerhitte. Stop en kijk
naar gierende wilde bloemen. 
Zo moedig. Zo donker.

Liefde
is een vergeten boterbloem.
Doet me rillen. 
Doet me wat.
Die jonge eenzaamheid 
aan de rand van de polder.
Weer een belofte van maan erbij.
Nu nog vaag vermoeden.
Herinnering aan een eerste blik. 

Kijk en stop
naar zanderige kamperfoelie. 
Tonen, grijs als lood
ademen de oude takken.
Scheuren uiteen
wat in het Zuiden 
als Westenwind begon.
In het hartje van de zomer.
Bij de stille polder. 

Op weg.

Naar de nacht.

maandag 13 november 2017


De kilometerpalen haasten zich naar huis.
De natriumlampen gooien schaduwen in mijn gezicht
en spelen een spelletje schaak met Miles Davis.

Op de catwalk van het uitspansel defileert een fiere jurk,
glitter die de daad bij het woord voert met een vallende ster.

Naast me zit een T-shirt met de naam van een nachtclub op
zomer te wezen achter de ruitenwissers van mijn melancholie
die werkloos zijn in deze lome laatavondhitte. 

Stil, de nieuwslezer
gaat iets zeggen over spoken uit de verkeerde richting
en we zien allebei de afrit vluchten, nog voor de zender
zichzelf heeft afgesloten. 

Middernacht nu, zegt de stilte.
De lichten doven. Hemellichamen bedekken zich met wolken.
Jij houdt nog wel van mij, maar in je slaap, waar ik niet bijkan,

veldwegen in de Kempen die langzaam hun mist verzamelen

terwijl ik het stuur een tikje geef, om even nog wakker te blijven.

vrijdag 20 oktober 2017


vroeger, in het café om de hoek
tikte een typemachine
mijn thesis met hetzelfde gemak
als een liefdesbrief

mijn studentenleven was een krant, 
mijn puberaal gevoel de column 
om met mei ’68-woorden 
een strijdbaar hart te veroveren 

onder een broos peertje licht: 
klinkende schets voor een gedicht
dat onverschillige toekomst 
met zacht geweld zou betoveren

vandaag word ik in razend tempo
oud, in het besef dat het internet 
wel ergens van me houdt,
in een verre uithoek van dat verleden

waar liefde tijdloos wil opstijgen
zonder een letter van de grond te krijgen
omdat ik verdwaald ben in een café
tussen emoties die zijn verschaald 

dorst begint wanneer het bier op is
de hele dag zinloos zwoegen eist
en herinnering de aalmoes wordt 
in een halfgesloten hand:

weet je nog,
die glimlach
in de kroegen

zodra de obers sloten

zondag 8 oktober 2017


Ik woon op een boogscheut 
van mezelf, golven worden deeltjes
en ik wandel heen en weer tussen stilte
en de fotonen van een droom.

Hoe jij daar verschijnen kon, 
altijd een oude meester van de liefde, 
een vreemde vogel met vliegend penseel, 
aquarel van licht in duistere verbeelding.

Zo neem ik je mee, kleine medeplichtige
aan de donkere ecologie van een geluk
dat haast niets behoeft, tenzij het ja
dat ik als een versleutelde code bewaar.

Ik woon in een parallel universum
waar in het verleden wordt gekeken,
niet vooruit naar de stoerdoenerij van tijd.
Daar flikker jij zoals je was, koorddansend


op mijn hoop van hier naar nergens. 

dinsdag 26 september 2017

Je trilde als een madeliefje
dat te vroeg is opgestaan
in mijn late winter
van verdriet

benut de dag, zei je, 
maar ik liet ze liggen,
tussen hazelnoten
en verdorde bloemen

pluk de avond, lachte ik: 
over een stoel hing je T-shirt
met de naam 
van een nachtclub

stokstijf stond ik bij een vaas 
met overhangende geraniums
toen zette de zon je woning 
op de noen in lichterlaaie

later kwam regen zich moeien 
met de muf geurende stilte
van oude foto’s — opeens wilde je
gaan wandelen met mij

een ijzeren brug over het kanaal 
bood onderdak aan dakloze sterren 
onder mijn plu leerde ik je vasthouden 
in de knuffelsessie van mijn liefde 

het uitspansel speelde me parten 
striemend water viel op het lawaai 
van een verdwenen vallei — samen
ontdekten we waar meteorieten 

hun vrijheid voor ons jatten
en dat was goed, hoe laat het ook was
en niemand die het wist, niemand

om de regen te verjagen

vrijdag 15 september 2017

ik wist niet waarom ik uit de bol ging
toen ik je ontmoette –
misschien wilde ik de wereld
op zijn kop zetten
voor jou

ik wist niet waarom ik regen nodig had
toen ik je weerzag –
misschien wilde ik de bomen
doen buigen
voor jou

ik dacht dat er rust zou komen
na onze stroompanne in de hel –
dat de bladeren weer zouden vallen
op de aarden fietspaden van onze flirt
vroeg of laat

misschien wilde ik vrij blijven
om ongenadig hard te zijn voor mezelf
in mijn herinnering aan jou
terwijl ik je favoriete boeken
netjes orden in mijn bibliotheek


de weerman, glimlachend, schakelt over
op zijn fraaie studiemeestertoontje
en ik besluit, als eerste stralen na een bui
om zelf het mooie weer te maken
voor jou

vrijdag 1 september 2017

We zijn als een carrousel 
stilgevallen in de regen.

We wachten op een nieuwe dag
met de belofte van een zegen

dat alles weer draaien zal
en vals zingen als een kermis
bij de oude kerk, in opbouw
terwijl de boeren oogsten

en anderen het gnuivend paard 
van onze liefde naar huis brengen 

in een gedicht vol schoonheid 
die iedereen kent en weer opgooit, 
als hooi uit een ander seizoen.

Moedige papaver op de kasseiweg
van hoop. In geen weiden
meer te vinden. 

Toch blijft de toekomst 
in het dorp waar jongens hun meisjes
en meisjes hun jongens bietsen

om samen op en neer te gaan
tot hoog boven de haan
in een opgestoken wind.

Kermis, zeggen ze, 
keert jaarlijks terug. Dat feest

in de leegte.

zaterdag 26 augustus 2017

mozart, help me: 
het is een gedicht in mineur,
dit bestaan van mij, 

ik dreg naar betekenis
die in stijgende toonladders op zoek is
naar hogere regionen van soortelijk gewicht

en jij weet daar alles van

ook jij hebt ja gezegd
tegen teveel dingen in het leven
ze achtervolgen ons op een preutse piano
met moltekens van ondergrondse tijd
doorgebracht in klasse bars 
vol kruisen van weemoed

componisten zijn als welgestelde ouders
dol op mij, hoe ik hun zaadjes van bewustzijn
uitstrooi over de toetsen die me testen willen
wanneer ik nee zeg tegen de roepende plicht

van woorden temmen 

in een muzikaal gedicht

woensdag 16 augustus 2017

Schelpen.

Ze dragen het verstand van de zee.
Ze ademen het licht van verlaten stranden.
Ze bespioneren benen en buik,
overspoelen met vergeten tijden
de verloren lopende angst van een kind.

Schelpen.

Ze gaan nooit dood en drogen nooit uit.
Verstoppen het leven in een zone van honger.
Zie ik hen liggen, raap ik hen op en word jonger.
Weet weer wat vrijen was, dromen in rul zand
en hopen dat de buit mee naar huis mocht.

Schelpen.

Lof en erkenning zonder dat ik ernaar zocht.
Ruisend ongelukkig-zijn van zilte eeuwen.
En altijd dat beamen van krijsende meeuwen.
Zal dit de toekomst zijn? dacht ik als kind.
Zag een koppel giechelend rollen, in de wind.

Schelpen.



vrijdag 4 augustus 2017

Onder de douche was er Charlie Winston:
ik hoef niet naakt te worstelen met slangen
om te weten hoe verraderlijk de liefde is
waar ik niet zonder kan.

In de bus klonk Jimmy Page of all people,
maar waarom? ik ben niet rock en ook niet roll,
in het stationsbuffet herken ik mijn Dvorak
die stoomt in een braaf bestelde Americano.

Zoevend als de trein werd ik dan even stil: 
het zou mooi zijn als mijn mobieltje rinkelde
om me te vragen waar ik ben, in welke tijd,
want ik haat het te laat te komen op de radio.

Het wonder: in Brussel hoorde ik overal jou.
Geen dystopie die mij weerhouden kon
om onze relatie als een samenleving te zien
van wondermooie perron vijf-gedachten.

Bach: wanneer jij en ik nog beter worden.
Als we maar volhouden, zoals hij het deed,
in muziek die dag en nacht 

door gammele levens dendert.

vrijdag 21 juli 2017

Grieken
onaangeroerd door tijd
die schoonheid al fresco schildert
op de zoldering van een wens

Grieken
met de woorden van Homeros op hun schoot
donderend door baaien en havens
vol Lotofagen en cyclopen

ik ga in mijn yacht van taal
met een sterke geest aan boord
op zoek naar jullie
om jullie te troosten

voor de aardbeving die het noodlot
als demonische liefde heeft meegevoerd

in deze kleine ode

waarin ik, naakt, aanspoel

maandag 10 juli 2017



muziek met urenlang dezelfde beat
mag voor mijn part meteen gedeletet
zo’n gedreun door de muren te aanhoren
is erger dan de terreur van drillen en boren

dit zijn andere tijden, net wat u zegt
maar ’t maakt me triest, mijn goeie recht
en wat zou de andere kant ervan denken
als ik hen een luid klavecimbel zou schenken?
PS Ik zal het niet doen
en geef iedereen een zoen

woensdag 28 juni 2017


Word rustig, pleinen
In de late lente na een doorgezakte winter
Van harde klank die de schijn ophoudt
Van een wereld in verzet 

Loop leeg, terreinen
Na een aanslag van decibels
Die mijn kijken in de weg staan
Naar verblindende renaissance

Blijf hupsch, flodderige bloemetjesrok
Die bij Brabo wervelt met mijn klierstof
En ruist als de wind op een wandelweg
Naar de herfst van mijn leven
Daar beven mijn herinneringen
Aan puberale reizen naar eeuwen die zwijgen
Aan fonteinen die liefdes averij uitzijgen
Onder de stille lantaarns waar vaal verlangen –

vrijdag 23 juni 2017

Ik ga me niet bezondigen aan huilebalkerij
in dit gedicht waarvoor je de tijd nam.
ik ga je danken dat je het deed, zonder zorgen,
en je meenemen naar het laatste straaltje zon.

Kom mee, de hoge grassen van gedachten
gaan liggen in het donker. Vergeet jezelf
in de stroming die je doet varen van vandaag
naar morgen. En blijf bij mij, wanneer ik in jou ben.

Glitter: de graalridders en magiërs van Wagner
musiceren op jouw vijver. Een zwaan trekt ons bootje
tot waar de maan het mooist is, rillend in mijn dromen
met jonge feeën. Wind door bloemen in Chinese inkt.

Slaap: daar bestijg ik jouw demonische krachten.
Alleen, aan de uiterste grens van de tonaliteit
ga ik leven in de zang van deze utopie. En zingend
ga ik je danken dat jij het was, niet ik, die weerklonk


in mijn muziek vol vreemde woorden, de stilte voorbij.

vrijdag 16 juni 2017


bij een ouderwetse muur van baksteen 
zingt een jonge vrouw haar slaapliedje 
onder een luifel in de regen 

in de regen lopen minnaars hand in hand
te zwijgen over het drijfzand van geluk
waarin ze verdwalen

in het verdwalen koesteren mijn lippen
een lichaam dat ik niet ken, een voorstad
met armoedige dromen

maar daar, bij die muur in de regen
waar ik een verloren gelopen kind zoen
diep in mezelf, weet ik wat het betekent

om het water van de bron de proeven
en gedachten te weven die aanvoelen
alsof het al wapperende banieren zijn

langs de meanderende stroom,
de nooit eindigende stroom

naar jou 

zondag 11 juni 2017


Het water slaapt in de buizen, 
af en toe bevestigt het zijn bestaan
met wat drijfhout van dromen.
Soms klikt er iets. Tussen ons alleen. 

Ik verzamel mijn botten en gewrichten
en draai me om in de routine
van schaamteloos vroeg opstaan
tussen ideeën die al stromen.

Straks word ik wakker, als een aardbei
gedrenkt in Griekse honing. Gisteren nog
zag ik meisjes de sirtaki dansen 
rond een bijna gehuwde vrijgezel.

Nu hoor ik mijn aderen begerig suizen
als een herkenningsmelodie op de radio
die een waterval van nootjes stort 
in het tropisch regenwoud van jouw hart.

Jij bent van mij. Ik van jou.
Als ik je radio mag zijn.
Je stem. En jij

mijn beeld.

dinsdag 23 mei 2017

Melancholie
Dansend vlammetje in de nacht
Wakker gebleven poes
die haar rug bolt bij een onbetaalde factuur

Ik streel met wijn
mijn onvervulde hoop
Spin met woorden
en ga liggen bij een herinnering
die de regen toebehoort
Genadeloze wijzer volgt de tijd
die van ons beiden was
Ik ken de prijs van prille liefde
die geen liefde blijft
Ik dans
in de stilte die gedoofd wordt
door het eerste licht
dat nog bang is
om jou en mij te storen

vrijdag 19 mei 2017

gedicht geschreven voor Katelijne Boon
en Clara De Decker

soms betekent componeren
een instrument bouwen
dat op zoek gaat
naar de solist
hoor: hij vindt zijn evenwicht,
beproeft zijn acrobatisch geluk
op notenbalken met een kruis
aan de sleutel van zijn toekomst 
soms betekent dit liefhebben
een nieuwe toon vinden
die meandert naar de bron
van ieders eenzaamheid
en daar bij elkaar zijn:
componist bij instrument,
klaterende toon van hoop
bij timbre van hees verlangen
tot alles uitsterft
in dezelfde grote terts
van applaus met bloemen
en jurken onder dovende spots

woensdag 3 mei 2017


Oude seizoenen gaan aan diggelen,
als tomaten die voor de bijl gaan 
wanneer de lentesla op tafel moet.

De dagen aarzelen om mee te volgen
nu de zon wat vroeger wakker wordt
en later naar bed wil, net een soebattend kind.

Mijn liefde weet waartoe een aarzeling leidt
en trekt zich terug, als groenten in het onderste vak
van de koelkast. Hij laat het kwijlen voor de hond.

Radio, heel zacht. In een ander seizoen,
waar bange jongens niet thuishoren,
worden polyfone madrigalen opnieuw getoonzet

en kletspraatjes eindigen aan de toog van grote dromen.
De borrelnootjes veranderen in olijven
en stukjes komkommer, gedrenkt in olie

waar altijd iets van achterblijft 
in de herinnering aan je handen.
Want die heb ik gevoeld in elk vers van mijn gedicht.


woensdag 26 april 2017

De zoete klank van een journalist
voor zijn moordenaar van de dag
opent mijn ogen en zegt me --
dat het zo erg niet was,
dit nachtlawaai dat ons wakker hield
in een 'bel de politie'-farce zonder gevolg.

De bloemen zijn er nog, mijn ontsnapping
naar het bos liet sporen na
en weerstand vindt geen woorden
wanneer het sportnieuws over helden juicht
met mooie meisjes erbij, en een boeket
van winnende superlatieven.

Leven komt af en toe in het nieuws
wanneer het mensen wakker houdt.
Slapen doe je op de trein, naast een dichtgevouwen fiets
die straks de benen neemt, wanneer je uitstapt
in een donker station waar alles kan gebeuren,
behalve de moord die om het uur terugkeert

in het nieuws.

donderdag 6 april 2017

Er komt wel weer een gedicht,
zeiden de woorden,
maar niet vanavond,
want je bent te nerveus
bezig er iets van te maken,
en wij geven niet thuis vanavond.

Ik sloeg mijn schriftje dicht
en keek door het raam: hippe meid,
een vaag gekrijs van meeuwen
en taal zoveel ik maar wilde,
in de gedaante van een vriend
die naast haar liep te zwijgen.
Er komt wel weer een vers,
een vers vol bibberende bloemen,
maar niet nu, beaamde de stilte.
Nu moet je even vrede nemen
met de zachte ontsnapping
uit een betekenis die er niet is.
En daar stond mijn gedicht,
ik schrok dat het er was.

woensdag 22 maart 2017


Liefdes zijn als sterren

die fonkelen tussen de wolken

van mijn zorgen. Hoor ze tikken

tegen het raam. Zonder mij

zijn ze verloren.

 

Liefdes doven, maar blijven achter

in een andere tijd. Ze kennen elkaar

niet,

de lichtjaren komen zich moeien

in mijn kosmos van herinnering.

 

Laat ik voor jou een plek zoeken.

Het is koud en het regent:

de nacht weet geen raad

met je glimlach

die eeuwig wil stralen.

 

Laat ik mijn leven

op temperatuur houden

en de warmtedood van het heelal

in jouw ogen uitlachen.

Want morgen ga ik je fluisteren

 

hoeveel ik van je houd

wanneer je verdwijnt

in de gloed van mijn dageraad,

de nieuwe morgen

van een gedicht.

dinsdag 7 maart 2017

zonder dat ze het weten 
staan de stokrozen klaar in mijn tuin
om mij een bedankje te improviseren 
voor de zorgen die hen een kans gaven

ze wachten nog even op wat zon
en warmere nachten
om op te scheppen met hun kleuren
bij een zintuig dat zoeven wakker werd

zodat ik blij kan zijn met de lente
die ons hierheen gebracht heeft
van zaad naar ontroerend leven
dat geen enkel idee heeft

waar het vandaan komt
voor wie het bedoeld is
hoe lang het zal duren

en waarom er winter is geweest

vrijdag 24 februari 2017

mijn leven is een fabriek
met gebroken ramen
waar jij soms schuilt bij mij
en wacht op het donker
om te walsen in de koude tocht

ik tel met vingers 
de woorden die blijven liggen
op je lippen
en leg mijn handen in je zij
opdat je ze later herinneren zou

er is geen lopende band meer,
geen verveling van elke dag opnieuw
tot we erbij neervielen, in de stad
die even eenzaam was als wij
toen we nog niet wisten

dat we gemaakt waren voor elkaar
door andere woorden, vingers
die dwaalden door de danszaal
van de leegte: onbeschreven blad

waar inkt van liefde dol op is

zondag 29 januari 2017

De trein staat stil. Het parket is ter plaatse.

Forenzen fantaseren over de natuur,
net kraaien op een door wind geplaagd strand.
Hoe ze zich voeden met bloed en ingewanden.

Lever, maag en longen: de knettergekke orde
die elke dag erger en erger wordt. Net oorlog.

Schermen met hun eenzaamheid, hun dorst,
met de heldinnen van James Bond, ginds buiten,
en alle onderdrukte erotiek, hier diep vanbinnen.

De evolutie is een gedicht. Kijk hoe God morst
met eeuwige herhaling van wil tot macht. 


En toch worden de moorden niet opgelost.