woensdag 22 maart 2017


Liefdes zijn als sterren

die fonkelen tussen de wolken

van mijn zorgen. Hoor ze tikken

tegen het raam. Zonder mij

zijn ze verloren.

 

Liefdes doven, maar blijven achter

in een andere tijd. Ze kennen elkaar

niet,

de lichtjaren komen zich moeien

in mijn kosmos van herinnering.

 

Laat ik voor jou een plek zoeken.

Het is koud en het regent:

de nacht weet geen raad

met je glimlach

die eeuwig wil stralen.

 

Laat ik mijn leven

op temperatuur houden

en de warmtedood van het heelal

in jouw ogen uitlachen.

Want morgen ga ik je fluisteren

 

hoeveel ik van je houd

wanneer je verdwijnt

in de gloed van mijn dageraad,

de nieuwe morgen

van een gedicht.

dinsdag 7 maart 2017

zonder dat ze het weten 
staan de stokrozen klaar in mijn tuin
om mij een bedankje te improviseren 
voor de zorgen die hen een kans gaven

ze wachten nog even op wat zon
en warmere nachten
om op te scheppen met hun kleuren
bij een zintuig dat zoeven wakker werd

zodat ik blij kan zijn met de lente
die ons hierheen gebracht heeft
van zaad naar ontroerend leven
dat geen enkel idee heeft

waar het vandaan komt
voor wie het bedoeld is
hoe lang het zal duren

en waarom er winter is geweest