vrijdag 16 juni 2017


bij een ouderwetse muur van baksteen 
zingt een jonge vrouw haar slaapliedje 
onder een luifel in de regen 

in de regen lopen minnaars hand in hand
te zwijgen over het drijfzand van geluk
waarin ze verdwalen

in het verdwalen koesteren mijn lippen
een lichaam dat ik niet ken, een voorstad
met armoedige dromen

maar daar, bij die muur in de regen
waar ik een verloren gelopen kind zoen
diep in mezelf, weet ik wat het betekent

om het water van de bron de proeven
en gedachten te weven die aanvoelen
alsof het al wapperende banieren zijn

langs de meanderende stroom,
de nooit eindigende stroom

naar jou